Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties 6 tot en met 9, ingekomen ter griffie op 29 november 2022 en het procesdossier van de eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 29 november 2022 en 31 januari 2023;
- het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 10 januari 2023;
- een brief van [de werknemer] met producties 10 tot en met 12, ingekomen ter griffie op 14 maart 2023;
- [betrokkene 1] en [betrokkene 2] namens [de werkgever] , bijgestaan door mr. R.H. Stam en mr. S.B. de Groot;
- de door beide partijen op de mondelinge behandeling overgelegde en voorgedragen spreekaantekeningen.
3.De beoordeling
pijnlijke heupen bdz, straalt door naar beide bovenbenen, vanuit liezen naar achterzijde bovenbenen. Daarnaast pijnlijk plekje linkerbovenbuik, in de buik, ontstaan direct na de operatie. Bij aanraken kan ze misselijkheid opwekken. Braken- maagzuur-intake goed. Voelt zich niet lekker, kan niet vrij bewegen. Moe+++ (…).”
Cliënt is inderdaad per 18 november 2021 bij de huisarts geweest met gezondheidsklachten. Echter is nu niet meer met zekerheid te stellen of er daadwerkelijk sprake was van
New Hairstyle) (niet limitatief) heeft opgesomd voor de toepassing van artikel 7:681 lid 1 onder Pro a BW en die zich ook lenen voor toepassing in deze zaak. Het gaat er daarbij uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de rechter de billijke vergoeding dient te bepalen op een wijze die, en op het niveau dat, aansluit bij de uitzonderlijke omstandigheden van het geval. Toegespitst op artikel 7:682 lid 1 onder Pro b BW betekent dit dat de volgende gezichtspunten van belang kunnen zijn: