ECLI:NL:GHSHE:2023:1648

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
23 mei 2023
Publicatiedatum
23 mei 2023
Zaaknummer
200.324.408_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62b ROArt. 382 RvArt. 386 RvArt. 1.9 Procesreglement
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing zaak naar ander hof wegens mogelijke belangenverstrengeling oud-raadsheer

In deze civiele procedure tot herroeping van een arrest verzocht eiseres het gerechtshof 's-Hertogenbosch om de zaak te verwijzen naar een ander hof. Dit verzoek was gebaseerd op de mogelijke betrokkenheid van een voormalige raadsheer van het hof bij eerdere beslissingen in de onderliggende zaak, waarbij een deskundigenbericht door geïntimeerde was opgesteld.

De voormalige raadsheer had deel uitgemaakt van de kamer die in 2011 een beschikking had gewezen over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen eiseres en haar ex-echtgenoot. Eiseres wilde deze voormalige raadsheer als getuige horen in de herroepingsprocedure. Gezien het protocol van het gerechtshof dat belangenverstrengeling moet worden voorkomen, achtte het hof voldoende aanknopingspunten aanwezig om het verzoek tot verwijzing toe te wijzen.

Het hof besloot daarom de zaak in de huidige stand door te verwijzen naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling. Hiermee wordt de schijn van partijdigheid weggenomen en de integriteit van de rechtspraak gewaarborgd.

Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling wegens mogelijke betrokkenheid van een oud-raadsheer.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.324.408/01
arrest van 23 mei 2023
in de zaak van
[appellante],
wonende te [woonplaats] ,
eiseres tot herroeping,
advocaat: mr. M.A.M. Bannenberg te Vught,
tegen:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat: mr. H.H.T. Beukers te Eindhoven,
in het bij exploot van dagvaarding van 15 maart 2023 ingeleide geding tot herroeping van het arrest van dit hof van 23 februari 2021 met zaaknummer 200.263.723/01, gewezen tussen eiseres tot herroeping - [appellante] - als geïntimeerde in principaal hoger beroep, appellante in incidenteel hoger beroep, en gedaagde - [geïntimeerde] - en [X] B.V. als appellanten in principaal hoger beroep, geïntimeerden in incidenteel hoger beroep.

1.Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
 de dagvaarding tot herroeping van een arrest (art. 382 Rv Pro) en, in het incident, tot schorsing van de tenuitvoerlegging daarvan (art. 386 Rv Pro), met producties;
 de conclusie van antwoord in het incident, met producties;
 het H16-formulier van [appellante] van 19 april 2023: 'Verzoek verwijzing ex art. 62b RO en verzoek aanhouding totdat op dat verzoek beslist zal zijn'.

2.Het verzoek tot verwijzing en de beoordeling

2.1.
[appellante] vraagt de zaak te verwijzen naar een ander gerechtshof omdat een oud-medewerker van het hof, een voormalige raadsheer, betrokken is bij de onderhavige procedure. Die voormalige raadsheer maakte deel uit van de behandelend kamer van dit hof die op 13 december 2011 een beschikking heeft gewezen (zaaknummer HV 103.009.219) waarbij, onder meer, de wijze van verdeling is vastgesteld van de huwelijksgoederengemeenschap tussen [appellante] en haar voormalige echtgenoot ( [echtgenoot] ). Daarbij is gebruik gemaakt van een in opdracht van het hof door [geïntimeerde] opgesteld deskundigenbericht.
In het te herroepen arrest heeft het hof de vordering van [appellante] , ertoe strekkende om voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] door een beroepsfout onrechtmatig jegens [appellante] heeft gehandeld en om [geïntimeerde] te veroordelen tot vergoeding van haar schade, afgewezen.
In het dossier van de herroepingsprocedure bevindt zich een schriftelijke verklaring van de voormalige raadsheer en [appellante] wenst de voormalige raadsheer als getuige te horen.
2.2.
[geïntimeerde] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 1.9 van het Procesreglement biedt om binnen twee dagen te kunnen reageren op berichten van haar wederpartij.
2.3.
Artikel 62b RO bepaalt dat het gerechtshof een zaak ter verdere behandeling kan verwijzen naar een ander gerechtshof indien naar zijn oordeel door betrokkenheid van het gerechtshof behandeling van die zaak door een ander gerechtshof gewenst is.
2.4.
Gelet op het 'Protocol rechtszaak eigen medewerker gerechtshof 's-Hertogenbosch', waarin onder meer staat dat iedere schijn van belangenverstrengeling / partijdigheid dient te worden voorkomen en dat betrokkenheid van het gerechtshof niet beperkt moet worden uitgelegd maar dat er erom gaat of het hof op enigerlei wijze betrokkenheid heeft bij de zaak, kan het verzoek om verwijzing worden toegewezen. Uit het dossier blijken naar het oordeel van het hof voldoende aanknopingspunten voor een dergelijke mogelijke betrokkenheid.

3.De uitspraak

Het hof:
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar het gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 mei 2023.
griffier rolraadsheer