ECLI:NL:GHSHE:2023:1820

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
30 mei 2023
Publicatiedatum
5 juni 2023
Zaaknummer
20-000166-20 (OWV)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 6:6:25 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ontnemingsvordering en bepaling maximale gijzeling in hoger beroep

In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op € 2.467,50 en een betalingsverplichting werd opgelegd aan de verdachte. De politierechter had tevens de maximale duur van de gijzeling vastgesteld op 98 dagen.

Het hof heeft het hoger beroep behandeld en kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en de verweren van de raadsman van de verdachte. De verdediging betwistte primair de ontnemingsvordering op grond van een in de hoofdzaak bepleite vrijspraak en voerde subsidiair verweer tegen de omvang van het geschatte voordeel.

Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter, maar past de duur van de gijzeling aan op grond van de sinds 1 januari 2020 geldende wettelijke bepalingen. De maximale duur van de gijzeling wordt vastgesteld op 49 dagen, gebaseerd op de landelijke oriëntatiepunten waarbij per volle € 50,- van het bedrag één dag gijzeling wordt gerekend, met een maximum van drie jaar.

De uitspraak werd op 30 mei 2023 door het hof 's-Hertogenbosch gewezen en ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en stelt de maximale duur van de gijzeling vast op 49 dagen.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000166-20 OWV
Uitspraak : 30 mei 2023
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, locatie 's-Hertogenbosch van 8 januari 2020 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 01-046060-19 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
wonende te [adres 1] ,
en volgens opgaaf van de verdachte ter terechtzitting vanaf 23 mei 2023 wonende aan de [adres 2] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 2.467,50 (zegge: tweeduizendvierhonderdzevenenzestig euro en vijftig cent) en is aan betrokkene een betalingsverplichting opgelegd voor eenzelfde bedrag. De politierechter heeft overeenkomstig artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht de maximaal op te leggen gijzeling vastgesteld op 98 dagen.
Namens de betrokkene is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman van de verdachte heeft primair bepleit dat het hof de ontnemingsvordering zal afwijzen gelet op de in de onderliggende hoofdzaak bepleite vrijspraak en subsidiair is een verweer gevoerd over de omvang van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis met verbetering van de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd.
Gijzeling
Met ingang van 1 januari 2020 is het nieuwe elfde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht direct van toepassing geworden. Het hof zal daarom bij het opleggen van de maatregel de duur van de gijzeling bepalen die, met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering, in dit geval ten hoogste kan worden gevorderd. Bij het bepalen van de duur wordt overeenkomstig de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting voor elke volle € 50,- van het opgelegde bedrag niet meer dan één dag gerekend. De duur beloopt ten hoogste drie jaar.

BESLISSING

Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep;
bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 49 dagen.
Aldus gewezen door:
mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen, voorzitter,
mr. S. Taalman en mr. A. Muller, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H. Smits, griffier,
en op 30 mei 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.