Conclusie
Nummer23/02205 P
Inleiding
Het middel
De relevante processuele feiten
De politierechter deelt mondeling mede de korte inhoud van:
een dossier van de politie Eenheid Oost-Brabant, district Eindhoven, met dossiernummer PL2100-2019011208, afgesloten d.d. 26 februari 2019. aantal doorgenummerde bladzijden: 132.
“Gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring
De beoordeling
meervoudige kamervan het hof van 16 mei 2023 vermeldt voor zover relevant (p. 1, resp. p. 3):
De betrokkene, namens wie hoger beroep is ingesteld, wordt onmiddellijk na de voordracht van de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld mondeling de bezwaren tegen het vonnis op te geven. De betrokkene geeft op dat de politierechter ten onrechte aan hem de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel heeft opgelegd.
Primair standpunt:
Onderzoek van de zaak
motiveringsregels.
in elk gevalmet voldoende mate van nauwkeurigheid melding moet maken van de feiten en omstandigheden die hem (door tussenkomst van daaraan verbonden ‘gevolgtrekkingen’) reden geven voor de schatting van het voordeel, en dit onder verwijzing naar de wettige bewijsmiddelen waaraan hij deze feiten en omstandigheden ontleent. [5]
verduidelijkt” in een serie arresten die aanvangt met HR 26 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BV9087. [6] Die verduidelijking ziet op gevallen waarin de ontnemingsrechter ter motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitsluitend gebruikmaakt van financiële rapportage waarin een begroting is opgenomen van het bedrag waarop het voordeel wordt geschat, gebaseerd op gevolgtrekkingen omtrent verschillende posten die ten grondslag zijn gelegd aan het totale voordeel, zulks onder verwijzing naar of samenvatting van gegevens die zijn ontleend aan de inhoud van andere wettige, voldoende nauwkeurig in dat rapport aangeduide bewijsmiddelen. Alleen indien en voor zover een aldus gemaakte gevolgtrekking door de verdediging ‘niet of onvoldoende gemotiveerd is betwist’, kan de rechter in zijn bewijsmotivering volstaan met de vermelding van (het onderdeel van) het financieel rapport als bewijsmiddel waaraan de schatting (in zoverre) is ontleend en het weergeven van die gevolgtrekking uit het rapport. Ik verwijs naar de rechtspraak hierover, door mij opgesomd en besproken in mijn conclusie van 10 september 2024, ECLI:NL:PHR:2024:927. Daarin stond ik meer uitvoerig stil bij de betekenis van het door de Hoge Raad in het ontnemingsrecht geïntroduceerde begrip ‘voldoende gemotiveerde betwisting’. [7] Aangezien de bedoelde ‘verduidelijking’ en meer in het bijzonder de betekenis van het begrip ‘voldoende gemotiveerde betwisting’ in de voorliggende zaak naar mijn inzicht
niethet springende punt is, volsta ik met deze verwijzing.
Stcrt. 1996, 197 (hierna: de Regeling).
alle gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring, alsmede vermelding van de redengevende feiten en omstandigheden voor de beslissing dat het (de) feit(en) door de verdachte(n) is (zijn) begaan (voor de inhoud van de bewijsmiddelen kan worden verwezen naar het proces-verbaal van de terechtzitting en andere processtukken. Indien niet de gehele inhoud voor het bewijs is gebezigd, dan aangeven welk deel wel is gebruikt)."
beslissingin aanmerking komt voor bevestiging, maar de bewijs
motiveringin het betreffende vonnis
niet(in volle omvang) voldoet aan de toepasselijke motiveringseisen.
vonnis door demeervoudige
kamer van het hof
meervoudige kamervan het hof komt tot bevestiging van een mondeling vonnis dat in het proces-verbaal van de terechtzitting is aangetekend en dat wat betreft de inhoud van de gebruikte bewijsmiddelen – in overeenstemming met artikel 1 van Pro de Regeling – verwijst naar het proces-verbaal van de terechtzitting en/of andere processtukken, is het hof in beginsel niet gehouden de inhoud van die stukken alsnog in zijn (schriftelijke) uitspraak op te nemen. [11]
dat de feiten of omstandigheden die redengevend zijn geacht voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, moeten zijn vervat in de door het Hof gebezigde en in zijn arrest weergegeven bewijsmiddelen. Indien zij niet in die bewijsmiddelen zijn vermeld, moet het Hof met voldoende mate van nauwkeurigheid (a) die feiten of omstandigheden aanduiden, en (b) het wettige bewijsmiddel of de wettige bewijsmiddelen aangeven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend.” [12]
De bespreking van het middel
Gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring” voor de inhoud van de bewijsmiddelen verwezen naar ter terechtzitting voorgehouden processtukken (zie randnummer 7 hierboven, resp. randnummer 6).