Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 29 november 2022 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 20 februari 2023.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant, handelend onder een handelsnaam, stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant. Na een tussenarrest en mondelinge behandeling werd appellant in de gelegenheid gesteld een memorie van grieven te nemen. Echter, de advocaat van appellant trok zich terug en appellant stelde geen nieuwe procesvertegenwoordiger aan, noch nam hij de memorie van grieven binnen de gestelde termijn van 10 weken.
De rolraadsheer stelde vast dat het recht van appellant om de memorie van grieven te nemen was vervallen en verleende aan de wederpartij akte van niet-dienen. Omdat appellant geen grieven tegen het vonnis had aangevoerd, kon hij niet ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
De Staat had geen incidenteel hoger beroep ingesteld. Het hof veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op in totaal €1.966,00. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2023.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.