ECLI:NL:GHSHE:2023:2020

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
20 juni 2023
Publicatiedatum
20 juni 2023
Zaaknummer
200.316.773_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van vennoten en rechtsvolger in hoger beroep wegens ontbreken partijstelling in eerste aanleg

In deze civiele procedure stond een hoger beroep centraal tegen vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant. De procedure in eerste aanleg was gevoerd door een vennootschap onder firma (VOF). In hoger beroep hadden niet alleen de VOF, maar ook haar twee vennoten en de rechtsvolger, een BV, het beroep ingesteld.

Het hof oordeelde dat de twee vennoten en de BV niet-ontvankelijk zijn in hoger beroep omdat zij geen partij waren in de eerste aanleg. Dit volgt uit het rechtsbeginsel dat alleen partijen die in eerste aanleg partij waren, hoger beroep kunnen instellen. De VOF blijft als enige appellant over.

De procedure wordt voortgezet met alleen de VOF als appellant. De beslissing omtrent de proceskosten van het incident wordt aangehouden tot de eindbeslissing in de hoofdzaak. Het hof verwees de zaak naar de rol voor het nemen van de memorie van antwoord door de geïntimeerde.

Het arrest werd gewezen door de rechters Venhuizen, Schulten en Schoenmakers en op 20 juni 2023 openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De twee vennoten en de rechtsvolger BV worden niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat zij geen partij waren in eerste aanleg.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.316.773/01
arrest van 20 juni 2023
gewezen in het incident in de zaak van
1. de voormalige vennootschap onder firma
Benik Houthandel en Zagerij V.O.F.,
gevestigd geweest te [vestigingsplaats] ,
alsmede haar twee (voormalige) vennoten:
2.
[appellant],
3.
[appellante] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
4.
Benik Houthandel en Zagerij B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellanten in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat: mr. H.B. Voskamp te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. P.J.L. Tacx te Someren,
als vervolg op het door het hof gewezen arrest in het incident van 11 april 2023, in het hoger beroep van de door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer C/01/368373 / HA ZA 21-144 gewezen vonnissen van 19 mei 2021 en 25 mei 2022.

5.Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het arrest in het incident van 11 april 2023;
  • de antwoordakte van Benik c.s. van 9 mei 2023.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest in het incident bepaald.

6.De verdere beoordeling

In het incident:
6.1.
Bij het tussenarrest in het incident zijn Benik c.s. in de gelegenheid gesteld bij antwoordakte te reageren op het standpunt van [geïntimeerde] dat de twee vennoten van Benik VOF ( [appellant] en [appellante] ) in eerste aanleg geen partij waren in het geding en daarom ook geen partij in dit hoger beroep (kunnen) zijn.
6.2.
Bij antwoordakte hebben Benik c.s. aangevoerd dat, zoals uit het tussenarrest volgt, Benik BV geen hoger beroep heeft kunnen instellen, wat voor Benik c.s. al reden is geweest om in hun antwoordakte Benik BV al niet meer als procespartij te vermelden.
Verder hebben Benik c.s. aangevoerd dat de twee vennoten van Benik VOF ( [appellant] en [appellante] ) zich onttrekken aan de procedure. Benik c.s. vragen de procedure voort te (laten) zetten door (alleen) Benik VOF.
6.3.
Tussen partijen is niet (meer) in geschil dat de twee vennoten van Benik VOF ( [appellant] en [appellante] ) in eerste aanleg geen partij waren in het geding en daarom ook geen hoger beroep hebben kunnen instellen. [appellant] en [appellante] zullen daarom in de hoofdzaak niet-ontvankelijk worden verklaard.
Hetzelfde geldt voor Benik BV. Zoals in het incidentele tussenarrest reeds is overwogen was ook Benik BV geen partij in eerste aanleg en kon deze evenmin hoger beroep instellen.
6.4.
Op de vorderingen in het incident is al beslist in het incidentele tussenarrest.
De beslissing omtrent de proceskosten van het incident wordt aangehouden tot de eindbeslissing in de hoofdzaak.
in de hoofdzaak:
6.5.
De beslissing om [appellant] , [appellante] en Benik BV niet-ontvankelijk te verklaren zal het hof aanhouden tot de einduitspraak.
Het hof zal de zaak verwijzen naar de rol van 1 augustus 2023 voor het nemen van de memorie van antwoord. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

7.De uitspraak

Het hof:
in het incident;
houdt de beslissing omtrent de proceskosten aan tot de eindbeslissing in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 1 augustus 2013 voor memorie van antwoord aan de zijde van [geïntimeerde] ;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 20 juni 2023.
griffier rolraadsheer