Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- de niet vrij vloeiende producten die zij laadt, vervoert en lost dient te categoriseren, waarbij de rechtbank bepaalt dat maisvoermeel tot deze categorie behoort;
- dient te bewerkstelligen en toezicht te houden dat producten van de categorie niet vrij vloeiende producten niet worden gelost door de graanschuiven en
- volledige medewerking dient te geven aan de toezichthouders en opsporingsambtenaren, in het bijzonder inspectie SZW, inzake deze bijzondere voorwaarden onder meer door het verstrekken van informatie waaronder de specifieke loslocaties van deze producten.
nadere overwegingen ten aanzien van feit 1als weergegeven op pagina 6 van het vonnis, tweede gedachtestreepje (‘Artikel 7.4, derde en vierde lid, juncto artikel 3.17 van het Arbobesluit’) en ten aanzien van feit 2 onder het kopje
nadere overwegingen ten aanzien van feit 2als weergegeven op pagina 9 van het vonnis, vierde alinea, is het hof van oordeel dat hier sprake is van een kennelijke misslag. Voorts heeft het hof geconstateerd dat de rechtbank bij de bewezenverklaring van feit 1 onder het derde gedachtestreepje abusievelijk een deel van de tenlastegelegde zinsnede niet heeft opgenomen. Taalkundig gezien is naar het oordeel van het hof ook hier sprake van een kennelijke misslag.
terwijl daardoor, naar zij wist of redelijkerwijs moest weten, levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van de heer [slachtoffer] ontstond of te verwachten was;
geïnventariseerd en beoordeeld en geëvalueerd en onvoldoende maatregelen had getroffen om die risico's en die gevaren te voorkomen en/of te beperken; en
ten gevolge waarvan het aan haar, verdachtes, schuld te wijten is dat voornoemde [slachtoffer] bedolven is geraakt onder een grote hoeveelheid maisvoermeel door het plots open gaan en/of bezwijken van de klapdeur van de in (maximale) kiepstand staande kipper, waardoor die [slachtoffer] zodanig letsel heeft bekomen dat hij aan de gevolgen daarvan is overleden.
- onvoldoende rekening heeft gehouden met de inspanningen van cliënt op het gebied van veiligheid en de geringe kans op herhaling;
- ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en
- onvoldoende oog heeft gehad voor het wettelijke stelsel van boetemaxima, de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en de bedrijfsomstandigheden en draagkracht van cliënt.
BESLISSING
geldboetevan
€ 100.000,00 (honderdduizend euro).
€ 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro), niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.