Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- bepaald dat de man met ingang van de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand als bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw € 1.482,-- per maand dient te voldoen;
- de man veroordeeld om aan de vrouw uit hoofde van de bruidsgave een bedrag van € 19.992,-- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van die beschikking;
- de man veroordeeld om uit hoofde van de bruidsgave aan de vrouw 800 Bahar Azadi gouden munten te overhandigen, binnen 14 dagen na dagtekening van die beschikking, bij gebreke waarvan de man aan de vrouw het equivalent van deze 800 Bahar Azadi gouden munten in euro’s (omrekenkoers per datum van die beschikking) verschuldigd is, te vermeerderen met de wettelijke rente over het aan de vrouw verschuldigde bedrag per datum van die beschikking.