ECLI:NL:RBDHA:2018:980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rolbeslissing over betekening dagvaarding aan buitenlandse vennootschap volgens Haags Betekeningsverdrag
Eiseres heeft op 6 september 2017 een dagvaarding betekend aan gedaagde, een vennootschap gevestigd in Canada, via het parket van het openbaar ministerie in Den Haag conform artikel 55 lid 1 Rv Pro en het Haags Betekeningsverdrag. Uit een certificaat bleek dat betekening niet mogelijk was omdat gedaagde het kantooradres drie maanden voor de betekening had verlaten zonder een nieuw adres achter te laten.
De rechtbank toetste of de betekening rechtsgeldig was en of verstek kon worden verleend. Volgens vaste rechtspraak blijft de toepasselijkheid van artikel 55 lid 1 Rv Pro en het Haags Betekeningsverdrag bestaan indien eiseres op het moment van betekening goede redenen had om aan te nemen dat gedaagde op het opgegeven adres bereikbaar was, ook al blijkt dit achteraf onjuist.
De rechtbank benadrukte dat het verdrag beoogt te waarborgen dat een buitenlandse gedaagde tijdig kennis neemt van de procedure om zich te kunnen verdedigen, maar ook rekening houdt met de belangen van eiseres. Daarom krijgt eiseres de gelegenheid om te bewijzen dat zij goede redenen had om het adres als bekend te beschouwen. Indien dat het geval is, dient zij gedaagde op te roepen via een dagbladadvertentie in Ontario, Canada, met een oproep tot verschijning en mededeling over de dagvaarding.
De zaak is verwezen naar de rol van 30 mei 2018 om deze oproeping mogelijk te maken, en verdere beslissingen zijn aangehouden.
Uitkomst: Eiseres krijgt gelegenheid om gedaagde opnieuw op te roepen via een dagbladadvertentie wegens mislukte betekening.