Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
1 april 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Partijen zijn in 2006 gehuwd. De man heeft in december 2019 een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank, dat op 8 januari 2020 aan de vrouw is betekend, maar buiten de wettelijke termijn van veertien dagen na indiening. De vrouw is niet verschenen in de procedure. De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige betekening, een beslissing die het hof Arnhem-Leeuwarden bekrachtigde.
De Hoge Raad oordeelt dat de wettelijke termijn voor betekening in art. 816 lid 1 Rv Pro strikt geldt, maar dat een verzuim in beginsel kan worden hersteld overeenkomstig de artikelen 120 en 121 Rv. Echter is herstel van termijnoverschrijding niet mogelijk, maar dat betekent niet dat niet-ontvankelijkheid zonder meer volgt. De ratio van het betekingsvoorschrift is het waarborgen van hoor en wederhoor.
Gezien het feit dat de vrouw op de hoogte was van het verzoek en het exploot is ingediend, is het niet-ontvankelijk verklaren van het verzoek onterecht. De Hoge Raad vernietigt daarom de eerdere beslissingen en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam met de opdracht om de vrouw een nieuwe termijn te geven voor het indienen van een verweerschrift.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de eerdere beslissingen en verwijst de zaak terug met opdracht tot nieuwe termijn voor verweerschrift.