Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9520100 / CV EXPL 21-3758)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;
- de memorie van grieven met producties 1 tot en met 6.
3.De beoordeling
- a. Bij omstreeks eind oktober 2019 ondertekende huurovereenkomst heeft [geïntimeerde] de woning aan de [adres 1] te [plaats] met ingang van 1 november 2019 verhuurd aan [appellant] . De huurovereenkomst is op de voet van artikel 7:271 lid 1 BW Pro aangegaan voor de duur van (maximaal) twee jaar, ingaande 1 november 2019 en lopende tot en met 31 oktober 2021.
- b. In de considerans van de huurovereenkomst staat onder meer het volgende:
- c. Volgens artikel 4.5 van de huurovereenkomst bedraagt de huurprijs € 1.400,-- per maand.
- d. Artikel 4.4 van de huurovereenkomst luidt voor zover thans van belang als volgt:
- f. Op de huurovereenkomst zijn de “ALGEMENE BEPALINGEN HUUROVEREENKOMST WOONRUIMTE” (ROZ-model 2017) van toepassing.
- g. [geïntimeerde] en [appellant] hebben begin mei 2020 een schriftelijk stuk ondertekend waarin onder meer het volgende staat:
- l. Bij brief van 28 september 2021 heeft de toenmalig advocaat van [geïntimeerde] [appellant] onder meer gesommeerd om € 12.900,-- te voldoen ter zake achterstallige huur over de periode tot en met oktober 2021.
- m. De huurovereenkomst is met ingang van 1 november 2021 geëindigd door het verstrijken van de overeengekomen huurperiode van twee jaar. [appellant] heeft de woning ontruimd.
- € 12.900,-- aan achterstallige huur over de ten dele onbetaald gebleven maanden januari tot en met oktober 2021, vermeerderd met wettelijke rente;
- € 904,-- ter zake buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente;
- van de huur over januari 2021 € 850,-- onbetaald gelaten;
- de huur over februari en maart 2021 in het geheel niet voldaan;
- van de huur over april 2021 € 850,-- onbetaald gelaten;
- van de huur over mei 2021 € 300,-- onbetaald gelaten;
- van de huur over de maanden juni en juli 2021 € 1.200,-- per maand onbetaald gelaten;
- met ingang van augustus 2021 geen huur meer betaald.
- [appellant] heeft ter zitting erkend dat sprake is van een huurachterstand van € 12.900,--. Het verweer dat de huurprijs € 1.400,-- per maand bedroeg, hoeft dus niet meer besproken te worden. [appellant] moet het openstaande bedrag in beginsel aan [geïntimeerde] voldoen, tenzij het beroep van [appellant] op huurprijsvermindering slaagt (rov. 3.6).
- Het verweer van [geïntimeerde] dat partijen zijn overeengekomen dat [appellant] geen beroep kan doen op de gebrekenregeling uit het BW moet worden verworpen (rov. 3.8).
- Dat er water in de kelder staat, is geen gebrek in de zin van artikel 7:204 BW Pro (rov. 3.10).
- [appellant] heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake is van openingen in de gevel en de kozijnen die een gebrek opleveren waardoor het huurgenot minder is geworden (rov. 3.11).
- [appellant] heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een gebrek aan de woning waardoor hij last heeft van rioolvliegjes (rov. 3.12).
- [appellant] heeft ter zake de schimmel in de badkamer onvoldoende concreet gemaakt dat dit een vermindering van de huurprijs rechtvaardigt (rov. 3.13).
- De conclusie is dat [appellant] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is geweest van gebreken die een vermindering van de huurprijs rechtvaardigen (rov. 3.14).
- De in conventie gevorderde hoofdsom is dus toewijsbaar, en de wettelijke rente daarover ook (rov. 3.15).
- Ter zake buitengerechtelijke kosten is € 887,-- toewijsbaar (rov. 3.16).
- [appellant] veroordeeld om aan [geïntimeerde] ter zake achterstallige huur € 12.900,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over de achterstallige huurtermijnen vanaf de data van opeisbaarheid van die huurtermijnen;
- [appellant] veroordeeld om aan [geïntimeerde] € 887,-- te betalen ter zake buitengerechtelijke kosten;
- [appellant] in de proceskosten veroordeeld, vermeerderd met wettelijke rente;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
- afwijzing van de vorderingen van [geïntimeerde] in conventie;
- toewijzing van de vorderingen van [appellant] in reconventie;
“de andere door de rechtbank behandelde gebreken”. Die andere gebreken betreffen:
- het water in de kelder;
- de aanwezigheid van rioolvliegjes;
- de schimmel in de badkamer.
- de bladzijdes 20 en 21 van het door hem overgelegde rapport van een door A&S Bouwmanagement op 20 augustus 2019 verrichte bouwtechnische keuring;
- het door hem overgelegde Meerjaren Onderhoudsplan van VvE [adres 1] - [adres 2] ;
- de door hem overgelegde foto’s.
- heeft hij ( [geïntimeerde] ) toen adequaat actie ondernomen en een ter zake kundige, DG Riooltechniek B.V., laten komen om een en ander te onderzoeken en te verhelpen;
- is het probleem in december 2020 verholpen;
- heeft [geïntimeerde] nadien geen meldingen meer gehad over problemen met het riool of over rioolvliegjes (of iets dergelijks).
- In de considerans van de huurovereenkomst staat onder meer dat [geïntimeerde] eigenaar is van
- In artikel 1.1 van de huurovereenkomst staat onder meer dat [geïntimeerde] aan [appellant]
- In artikel 1.2 staat dat het gehuurde uitsluitend is bestemd om te worden gebruikt als: