Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
6.De beoordeling
Artikel 21
- betaling van achterstallig loon primair tot een bedrag van € 12.694,23, subsidiair tot een bedrag van € 10.807,61 en meer subsidiair tot een bedrag van € 735,35, te vermeerderen met de wettelijke verhoging;
- en betaling van buitengerechtelijke kosten primair tot een bedrag van € 904,00, subsidiair € 885,00 en meer subsidiair € 110,00;
- en de wettelijke rente over alle bedragen.
€ 1.794,20 bruto aan vakantiebijslag) gevorderd. Het hof zal de omvang van deze vordering in het licht van de daartegen gevoerde verweren hierna verder inhoudelijk beoordelen.