Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties 33 tot en met 35, ingekomen ter griffie op 23 december 2022;
- het verweerschrift van [de werkgever] inclusief incidenteel hoger beroep met producties 24 tot en met 34, ingekomen ter griffie op 14 maart 2023;
- het verweerschrift van [de werknemer] in incidenteel hoger beroep met producties 36 tot en met 38, ingekomen ter griffie op 27 maart 2023;
- een brief van [de werkgever] met producties 35 tot en met 38, ingekomen ter griffie op 19 juni 2023;
- [de werkgever] , vertegenwoordigd door [voormalig voorzitter van de RvT] (voormalig voorzitter van de Raad van Toezicht van [de werkgever] , hierna: de RvT), [huidig voorzitter van de RvT] (huidig voorzitter van de RvT) en [lid van de RvT 1] (lid van de RvT), bijgestaan door mrs. K. van Kranenburg-Hanspians en Q.J.J. van Boxtel.
- Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [de werkgever] het incidenteel hoger beroep ingetrokken.
3.De beoordeling
met uitzondering van uitkeringendie voortvloeien uit een algemene bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst of van een van toepassing zijnde collectieve regeling die is overeengekomen met verenigingen van werknemers of ambtenaren die bevoegd zijn afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden, of
uit een wettelijk voorschrift (cursivering Hof).Afvloeiingsregelingen en ook vrijstelling van werkzaamheden vallen onder het bepaalde in artikel 1.1. onder i WNT. De transitievergoeding daarentegen valt hier niet onder.
- de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:672 lid 11 BW Pro;
- de contractuele schadevergoeding op grond van artikel 9 van Pro de schriftelijke arbeidsovereenkomst;
- de proceskosten.