Deze zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen het besluit van de Raad voor de Kinderbescherming inzake de beëindiging van het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind, geboren in 2005. Het hof had eerder deskundigenonderzoek gelast en partijen de gelegenheid gegeven te reageren op het rapport, maar het NIFP weigerde toestemming te geven om het rapport te delen met de minderjarige. De moeder respecteerde dit besluit.
Tijdens de mondelinge behandeling op 23 juni 2023, waarbij ook de moeder, de raad en de GI aanwezig waren, werd de minderjarige in beslotenheid gehoord over haar mening. De moeder gaf aan de wensen van haar kind te respecteren en trok vervolgens haar verzoek in hoger beroep in. Hierdoor verklaarde het hof haar niet-ontvankelijk.
De kosten van het deskundigenonderzoek, vastgesteld op €14.295,-, worden ten laste van de Staat gebracht. De uitspraak werd op 10 augustus 2023 in het openbaar uitgesproken door het hof te ’s-Hertogenbosch.