Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
wonende te Venlo,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Limburg. Appellanten werden opgeroepen om te verschijnen bij het gerechtshof en een memorie van grieven in te dienen ter onderbouwing van hun beroep. Geïntimeerde is niet verschenen, waarna verstek tegen haar is verleend.
Appellanten kregen een termijn van zes weken om de memorie van grieven in te dienen, met een ambtshalve uitstel van vier weken. Op de rol van 13 juni 2023 stelde de rolraadsheer vast dat appellanten het recht om de memorie van grieven in te dienen hadden verloren omdat zij deze proceshandeling niet binnen de gestelde termijn hadden verricht en geen verlenging hadden verkregen.
Omdat appellanten geen grieven tegen het vonnis van eerste aanleg hebben aangevoerd, verklaart het hof hen niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest is op 22 augustus 2023 uitgesproken door het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet indienen van de memorie van grieven binnen de gestelde termijn.