Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
Situatie I: de eerste aanrijding (van de scooter) van [slachtoffer]
situatie Iook hoger lag dan uit de verkeersongevalanalyse met betrekking tot die aanrijding volgt. Daarbij komt nog dat uit vorenstaande vaststellingen evenmin kan volgen dat er onder die omstandigheden sprake is van een aanmerkelijke kans op de dood. De verdachte zal mitsdien ook in zoverre worden vrijgesproken van de aan hem tenlastegelegde poging tot doodslag, namelijk voor zover deze ziet op ‘situatie II’.
Een proces-verbaal van aangifte d.d. 29 december 2019, paginanummers 24-25, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer] :
(formulering hof) op vrijdag 27 december 2019 tot twee keer toe (…) opzettelijk op mij in gereden (
formulering hof) (…) te Landgraaf.
toevoeging hof)veel geluid (hoge toeren) mijn kant op reed. Ik moest stoppen voor de [locatie 1] , er kwam verkeer en toen klapte [verdachte] met zijn Seat bewust tegen mij aan. Ik vloog van de scooter af en mijn scooter vloog de [locatie 1] op. Ik ben opgestaan. Ik zag dat [verdachte] vanuit hem gezien linksaf de [locatie 1] op reed. Daar draaide hij en vervolgens reed hij weer terug de [locatie 2] in. Ik liep achter de auto van [verdachte] aan omdat ik verhaal wilde halen waarom hij mij opzettelijk aanreed. Ik zag toen dat [verdachte] iets verder dan ter hoogte van zijn eigen huis zijn auto weer draaide en weer mijn kant op reed. Ik liep naar de overkant van de straat, aan de zijde waar [verdachte] ’s huis ligt. Ik zag dat [verdachte] op mij af kwam gereden en toen voelde ik een klap en was het gebeurd. Ik lag op de straat en kon niets meer.
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 27 december 2019, paginanummers 27-29, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 6] :
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 27 december 2019, paginanummers 30-32, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] :
aanvulling hof)een stukje achteruit zette en toen weer vooruit reed en vol gas achter de scooter aan reed. Ik zag dat de scooterrijder bij de t-splitsing met de [locatie 1] stopte, omdat er verkeer over de [locatie 1] passeerde. Ik zag dat de bestuurder van de auto zonder te remmen en met hoge snelheid tegen de achterzijde van de scooter reed. Ik kan u zeggen dat het mij niet is opgevallen dat er remlichten bij de auto zijn aangegaan.
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 27 december 2019, paginanummers 33-34, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 2] :
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 27 december 2019, paginanummers 35-40, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 3] :
Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 december 2019, paginanummer 52, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :
Een proces-verbaal VerkeersOngevalAnalyse d.d. 15 februari 2020, paginanummers 63-71, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] :
Een proces-verbaal van de openbare terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 16 augustus 2023, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte ter terechtzitting:
het hof begrijpt: aangever [slachtoffer]) een hak wilde zetten.
de voortgezette handeling van poging tot zware mishandeling.
actueel(cursivering hof) en anders niet te keren gevaar’. De eis van ogenblikkelijkheid bevat het tijdsaspect in de noodweerhandeling. De aanranding of de dreiging daarvan moet op het verdedigingsmoment acuut zijn. Het hof overweegt dat onder een ‘ogenblikkelijke dreigende aanranding’, mede gelet op het uitzonderlijke karakter van het noodweer(exces) als uitzondering op het geweldsmonopolie van de overheid, dient te worden verstaan als een
in de tijdonmiddellijk dreigend gevaar voor eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed. Toekomstige dreiging of gedrag dat in de tijd te ver verwijderd is kan, naar het oordeel van het hof niet worden aangemerkt als ‘ogenblikkelijke dreigende aanranding’. Dat vindt ook bevestiging in HR 6 april 1977, NJ 1978/201. Een noodweerhandeling is eerst toegestaan vanaf het moment dat de aanranding is aangevangen of dadelijk dreigt te beginnen. Bij een meer in tijd verwijderde dreiging kan niet (meer) van verdediging worden gesproken.
ogenblikkelijkewederrechtelijke (dreigende) aanranding omdat deze bedreiging in de tijd te ver verwijderd is. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de zoon van de verdachte zich op ongeveer 7,5 kilometer van de plaats bevond alwaar aangever de uitlatingen heeft gedaan en [slachtoffer] om die reden niet aanstonds zijn dreigement ten uitvoer zou kunnen leggen.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
360 (driehonderdzestig) dagen;
283 (tweehonderddrieëntachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis;