Uitspraak
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;
- het H2-formulier voor de rol van 22 maart 2022 waarbij mr. M.F.J.J.M. Tijssen zich heeft gesteld voor [geïntimeerde] en het tegen deze verleende verstek heeft gezuiverd;
- de memorie van grieven met eiswijziging en producties 1 tot en met 8;
- de memorie van antwoord met producties 59 tot en met 62;
- de mondelinge behandeling, gelijktijdig met de andere bij het hof aanhangige zaak van partijen met zaaknummer 200.322.609/01, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij H12-formulier van 16 februari 2023 door [appellante] toegezonden productie 9, die [appellante] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
- de bij H16-formulier van 15 mei 2023 door [appellante] toegezonden producties 10 tot en met 17, die [appellante] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
“uit vrijgevigheid en om niet”.Artikel 7 van Pro de notariële akte van levering luidt als volgt:
uitsluitendebedoeling die schenkers ( [geïntimeerde] en de vader) hadden met de schenking, namelijk om erfbelasting te besparen, impliceert dat het tevens de bedoeling was dat de volledige eigendom pas zou overgaan na het overlijden van schenkers. De bedoeling om het gebruik tot die tijd door (in ieder geval) [geïntimeerde] veilig te stellen wordt bevestigd in de in de notariële aktes opgenomen beheersregeling waarin het gebruik gedurende de gezamenlijk eigendom uitdrukkelijk is toegekend aan schenker ( [geïntimeerde] ) en dat zij daartegenover alle lasten betreffende het registergoed voor haar rekening zal nemen. Daarover geeft [appellante] in voornoemde klacht ook aan dat dit zo was afgesproken om de reden dat zij wel bepaalde lasten en risico’s als eigenaar zou moeten dragen, maar voorlopig nog nergens gebruik van mocht en/of kon maken. Deze bedoeling vindt bevestiging in de in de notariële aktes opgenomen huuroptie (ook voor de vader) en het in de laatste notariële akte ten behoeve van schenker ( [geïntimeerde] ) opgenomen voorkeursrecht van koop. Het betreft dus een vorm van estate-planning, waarbij het de uitdrukkelijke bedoeling was dat het voordeel voor [appellante] pas na overlijden van haar ouders zou worden behaald, doch dat zij daar tot die tijd geen nadeel van zou ondervinden. Daar tegenover stond dan dat [geïntimeerde] tot aan haar overlijden het gebruik, genot en beheer van de woning zou mogen houden.
de verdelingheeft uitgesloten voor de duur van drie jaar, maar het hof verstaat het dictum zo dat bedoeld is
de vordering totverdeling uit te sluiten, zoals is neergelegd in artikel 3:178 lid 3 BW Pro en de rechtbank ook heeft overwogen in rov. 4.9 van het vonnis waarvan beroep. De deelgenoten moeten immers de bevoegdheid blijven behouden om, als zij het daarover eens zijn, tot verdeling over te gaan (vgl: MvA II, Parl. Gesch., p. 607).
“schenkers behouden zich het recht voor de schenking te allen tijde te kunnen herroepen, zolang de schenkers of een van hen nog in leven is/zijn”.