Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/388398 / HA ZA 21-452)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak staat de nakoming van een aannemingsovereenkomst centraal, waarbij [appellante] als hoofdaannemer en [geïntimeerde] als onderaannemer betrokken zijn bij stukadoorswerkzaamheden aan een woning. Na oplevering in januari 2019 bleken de werkzaamheden gebrekkig, wat leidde tot klachten van de opdrachtgever en een inspectierapport in februari 2020 dat herstelkosten begroot.
[Appellante] stelde dat zij wegens het niet herstellen van de gebreken door [geïntimeerde] aanspraak kon maken op vervangende schadevergoeding, waarbij zij offertes uit 2022 overlegde die aanzienlijk hoger waren dan het rapport. Het hof oordeelde dat de omzetting van nakoming naar schadevergoeding ex artikel 6:87 BW Pro op 4 december 2020 het peilmoment is voor de schadebegroting, waardoor latere prijsstijgingen niet in aanmerking komen.
Het hof vond het inspectierapport van Afbouw Gevelsupport voldoende betrouwbaar en wees de hogere offertes af vanwege gebrek aan onderbouwing. Ook werden kosten voor ventilatieroosters buiten beschouwing gelaten wegens onvoldoende bewijs van noodzaak. De vordering tot betaling van het openstaande factuurbedrag werd gecompenseerd met de schadevergoeding, waardoor geen verdere vordering resteert.
De grieven van [appellante] tegen de schadebegroting werden verworpen en het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant werd bekrachtigd. [Appellante] werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en stelt de vervangende schadevergoeding vast op basis van het inspectierapport met peildatum 4 december 2020.