Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[X] B.V.,
[Y] B.V.,
[Z] B.V.,
de vennootschap onder firma [v.o.f.] ,
de erven van [persoon A] ,
[geïntimeerde 6] ,
5.Het verdere verloop van de procedure
6.Inleiding: de feiten en het geding in eerste aanleg.
- [appellant] de franchise-, huur en koopovereenkomst ten onrechte buitengerechtelijk heeft vernietigd op grond van dwaling,
- [X] de franchiseovereenkomst rechtsgeldig tussentijds heeft ontbonden,
- de huurovereenkomst tussen [appellant] en [Y] tussentijds is geëindigd,
- [appellant] aansprakelijk is voor de schade van [X] en [Y] , voortvloeiende uit de noodzakelijke tussentijdse ontbinding en het voortijdig staken van de exploitatie van de franchisevestiging.
7.Het geding in principaal en incidenteel hoger beroep
binnen 14 dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen arrestde onverschuldigd door [appellant] uit hoofde van de overeenkomsten aan [geïntimeerden 1 t/m 3] betaalde bedragen aan hem terug te betalen,
zijnde € 303.146,-, respectievelijk [geïntimeerden 1 t/m 3] te veroordelen tot terugbetaling aan [appellant] van een door het hof - of een door het hof op grond van artikel 194 Rv Pro te benoemen deskundige - in goede justitie vast te stellen bedrag.