Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
17 maart 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft de aansprakelijkheid van een pensioenadviseur en werkgever jegens een werknemer over de nakoming van een pensioentoezegging, met name over excedentverzekeringen en waardeoverdracht.
De werknemer was in twee periodes in dienst bij de werkgever en had aanspraken op een eindloonpensioenregeling. Na een periode bij een andere werkgever keerde hij terug, waarbij pensioenregelingen werden aangepast en excedentverzekeringen werden afgesloten via de pensioenadviseur. De werknemer stelde dat de pensioenuitkeringen lager waren dan contractueel toegezegd en vorderde nakoming en schadevergoeding.
De kantonrechter wees de vorderingen af, het hof oordeelde dat de werkgever aansprakelijk was voor de tekortkoming maar niet de pensioenadviseur. De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover het de pensioenadviseur betreft, oordeelt dat deze ook een zorgplicht heeft jegens de werknemer en dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had over de aansprakelijkheid van de pensioenadviseur.
De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing over de aansprakelijkheid van de pensioenadviseur en de schade. Het beroep van de werkgever wordt verworpen. De kosten worden verdeeld tussen partijen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de pensioenadviseur betreft en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.