Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,
[appellante] ,beiden wonende te [woonplaats] ,
5.Het verdere verloop van de procedure
- het tussenarrest van 16 augustus 2022;
- de producties 1 en 2 zijdens [appellanten] ;
- de mondelinge behandeling na aanbrengen van 6 oktober 2022, waarbij [appellanten] spreekaantekeningen heeft overgelegd,
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling na aanbrengen,
- de memorie van grieven met producties 3 en 4;
- de memorie van antwoord;
- de akte van [appellanten] met productie 5;
- de antwoordakte van [x] .
39.989,67
3.200,00
uiterlijkbegin week 06-2017” [onderstreping hof]. Dat [appellanten] is uitgegaan van begin week 6 volgt ook uit zijn reactie op de e-mail van 26 januari 2017 van [x] waarin door [x] “medio week 06” wordt genoemd: “Daarbij wil ik nog benadrukken dat oplevering begin week 6 is en niet medio week 6. De tegelzetter begint 7/8 februari.” (e-mail [appellanten] van 27 januari 2017). Een reactie van [x] blijft vervolgens uit. Ook in de e-mail van 3 februari 2017 herinnert [appellanten] [x] er opnieuw aan dat [x] zelf de oplevering begin week 6 heeft gezet. Dat dit niet zo zou zijn, wordt door [x] in zijn reactie in de e-mail van 6 februari 2017 aan [appellanten] (wederom) niet betoogd.