Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
NJ1998/782). In dat licht is van belang of er onder het tenlastegelegde bestanddeel een veelheid van feitelijke gedragingen van uiteenlopend karakter kunnen worden gebracht. Tevens komt betekenis toe aan de aard van het tenlastegelegde bestanddeel in samenhang bezien met het tenlastegelegde delict. Indien en voor zover er sprake is van een wezenlijk bestanddeel, noopt tenlastelegging van een dergelijk bestanddeel tot nadere verfeitelijking afhankelijk van de mate van wezenlijkheid daarvan.
1. Een verklaring van verdachte, voor zover als inhoudende de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 27 oktober 2021:
het hof begrijpt: de tuin van aangeefster [benadeelde 1] , behorende bij haar woning gelegen aan [adres 2] , waarin [benadeelde 2] in de nacht van 13 juni op 14 juni 2020 ook verbleef).
2. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 14 juni 2020 (dossierpagina’s 30-32), voor zover als inhoudende de verklaring van aangever [benadeelde 2] :
3. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 14 juni 2020 (dossierpagina’s 40-42), voor zover als inhoudende de verklaring van aangever [benadeelde 2] :
4. Een opname van beeld als bedoeld in artikel 567 van Pro het Wetboek van Strafvordering (dossierpagina 49), voor zover als inhoudende een foto:
5. Een opname van beeld als bedoeld in artikel 567 van Pro het Wetboek van Strafvordering (dossierpagina 51), voor zover als inhoudende een foto:
6. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 14 juni 2020 (dossierpagina’s 63-64), voor zover als inhoudende de verklaring van aangever [benadeelde 4] :
het hof begrijpt in de nacht van 13 op 14 juni 2020) mijn auto vernield is.
NJ1946/503 en HR 2 november 1948, ECLI:NL:HR:1948:21,
NJ1949/35). Het doet niet ter zake of het desbetreffende goed zich ten tijde van het wegnemen in de beschikkingsmacht van de eigenaar of andere rechthebbende bevond dan wel van een ander die het aan de rechthebbende had onttrokken.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
74 (vierenzeventig) dagen;
60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: een korte broek, een rood t-shirt, zwarte handschoen, zwart ondergoed en zwarte schoenen;
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Vordering van de [benadeelde 2]
Vordering van de [benadeelde 3]
Vordering van de [benadeelde 5]
€ 135,00 (honderdvijfendertig euro) ter zake van materiële schade;