Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 5 april 2022 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 21 juni 2022;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
- de akte van [appellante] met een productie;
- de akte uitlating van de gemeente;
- de mondeling behandeling, gelijktijdig met de zaken met zaaknummers 200.306.246/01 en 200.306.250/01, waarbij [appellante] spreeknotities en producties (een zwart mapje met bijlagen dat de zoon van [appellante] ( [zoon appellante] ) in zijn eigen zaak (zaaknummer 200.306.246/01) en die van [appellante] heeft overgelegd) heeft overgelegd.
6.De beoordeling
voortbestaanvan de feitelijke situatie zoals die op dit moment is. Dat is mogelijk anders als zou komen vast te staan dat [appellante] het betreffende deel van het perceel steeds met medeweten van de gemeente, althans van bij de gemeente werkzaam zijnde ambtenaren die met het beheer (in ruime zin, zoals in rov. 6.7.3. is toegelicht) van de standplaatsen aan de [straatnaam] waren belast, in gebruik heeft gehad en heeft ingericht, zoals zij heeft gesteld en de gemeente heeft weersproken. [appellante] zal overeenkomstig haar bewijsaanbod worden toegelaten tot het bewijs van haar stellingen op de wijze zoals hierna in het dictum nader omschreven. De gemeente zal daarna tegenbewijs mogen leveren. Beide partijen dienen schriftelijke bewijsstukken op voorhand aan de raadsheer-commissaris en de wederpartij toe te zenden.