Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/271031 / HA ZA 19-585)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met vier producties en een - niet in de kop van het processtuk vermelde - wijziging van eis;
- de memorie van antwoord, tevens voorwaardelijk incidenteel appel met zes producties;
- de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel met een productie;
- de nadere akte zijdens Rabobank;
- de antwoordakte zijdens [appellant] ;
- de bij H3-formulier van 5 december 2022 namens [appellant] ingediende akte inbreng producties ten behoeve van de mondelinge behandeling met drie producties;
- de correspondentie van partijen met het hof, gedateerd 3, 9 en 10 januari 2023 en de in verband daarmee door het hof op 8 en 9 januari 2023 per e-mail gegeven procedurele beslissingen, waarbij productie 3 van de bij akte van 5 december 2022 overgelegde productie is geweigerd wegens strijd met de twee-conclusieregel althans de goede procesorde omdat het een verkapte nadere memorie/conclusie betreft;
- de mondelinge behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.
3.De beoordeling
Het voorbeeldkapitaal bedraagt uitgaande van een voorbeeldpercentage gelijk aan een:
3.Specifiek
€ 5.392,50 (2,5 punten maal tarief IV);