Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil in eerste aanleg en in hoger beroep
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
5.De slotsom
€ 783,00
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Geïntimeerde kocht via garagebedrijf [ZZ] een vervangende motor voor zijn auto, waarna meerdere motorproblemen ontstonden. Appellante leverde twee keer kosteloos vervangende motoren, maar bij het derde gebrek weigerde zij verdere medewerking. Geïntimeerde vorderde vergoeding van herstelkosten en kocht de motor volgens hem van appellante via bemiddeling van [ZZ].
De kantonrechter wees de vorderingen toe, maar appellante ging in hoger beroep. Het hof onderzocht of appellante daadwerkelijk contractspartij was bij de koopovereenkomst. Uit de stukken bleek dat de motor door appellante aan [ZZ] was verkocht, die op haar beurt aan geïntimeerde leverde. De factuur aan [ZZ] en de communicatie wezen niet overtuigend op een directe koop tussen geïntimeerde en appellante.
Het hof oordeelde dat geïntimeerde onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld om aan te tonen dat appellante als contractspartij optrad. Ook het feit dat appellante motoren verving, impliceerde geen contractuele relatie met geïntimeerde, omdat zij dit op grond van haar relatie met [ZZ] deed. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen af. Geïntimeerde werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van geïntimeerde af wegens onvoldoende bewijs dat appellante contractspartij was.