Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in hoger beroep
- het tussenarrest van 22 juni 2021;
- het tussenarrest van 28 september 2021;
- de akte depot van [appellant] van 21 december 2021;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel van 8 februari 2022;
- het H-formulier van 13 december 2022 waarmee de advocaat van [appellant] zich heeft onttrokken, waarna de op 15 december 2022 geplande mondelinge behandeling op verzoek van [appellant] is uitgesteld;
- de op 19 december 2022 gehouden mondelinge behandeling, waarbij bovengenoemde advocaat van [appellant] zich heeft gesteld;
- de bij brief van 29 november 2022 toegezonden producties 123 tot en met 126, die [geïntimeerde] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
- de bij brief van 30 november 2022 toegezonden productie 97, die [appellant] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
- de bij brief van 1 december 2022 toegezonden producties 98 tot en met 101, die [appellant] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.
2.De verdere beoordeling
Ondanks de (herstel)werkzaamheden aan het pand, is uit de controle van 11 maart 2020 gebleken dat de vocht- en schimmelproblemen in de slaapkamer en het toilet van uw huurwoning (nog steeds) niet zijn opgelost.”
Mijn client werkt daar thans niet aan mee. In de afgelopen weken is er een nieuw inspectierapport van de gemeente tot stand gekomen. Daarin is onder andere geconcludeerd dat wegens het vochtige klimaat in het appartement, gezondheidsrisico’s voor mijn client bestaan. Mijn client stelt vervolgens vast dat het gemeenterapport niet serieus wordt genomen. (…) Tijdens de twee recente bezoeken van de aannemer heeft mijn client nota bene geadviseerd om de vloer grondig te onderzoeken. Dat deed de aannemer niet, althans hij had daartoe geen opdracht. Mijn client kondigde vervolgens aan dat zelf te doen. Dat werd hem door de verhuurder verboden. Plotseling wordt een nieuw aannemersbezoek aangekondigd, waarbij welk sprake is van het opnemen van de vloer. Al geruime tijd en toenemend ervaart mijn client veel stress van de gehele situatie. Hij heeft inmiddels zelf ook onderzoek laten verrichten. Ondanks alle klachten, wordt client niet serieus genomen (…) Client sluit niet uit dat hij besluit om het appartement te verlaten en, ten behoeve van zijn gezondheid, voorlopig elders onderdak te zoeken en vanaf de komende maand juni betalingen van de huurpenningen op te schorten (…)”.
Eerder in September 2019 hebben we als gemeente ter plaatse controles uitgevoerd en geconstateerd dat er vocht problemen aanwezig zijn in het pand en hebben hierover contact gehad met de eigenaar, deze heeft aanpassingen / herstel werkzaamheden verricht en de gemeente hiervan op de hoogte gebracht. Recent nog zijn er aanpassingen verricht aan de zijgevel van het pand.
Omdat partijen geen overeenstemming bereikten over het uitvoeren van het onderzoek en dit ook een onderdeel is geworden van de civiele kwestie, ziet de gemeente op dit moment aanleiding het handhavingstraject op te schorten in afwachting tot partijen overeenstemming hebben bereikt over de deskundige.”
Op 16 juli jl. is in het appartement [persoon C] van de gemeente aanwezig geweest tezamen met [persoon D] van de gemeente alsmede de werknemers van aannemer [XY] .
Begrijp ik het goed dat uw client na de gezamenlijke afspraak van 16 juli jl. samen met een ambtenaar van de gemeente het vloergedeelte uit de wc heeft gehaald? Deze handelswijze zou mij immers bevreemden (…)
op 24 augustus a.s om 09:00 uur ter plaatse zal zijn (…) Bijna een week later (31 juli jl.) deelt u mij mede dat 20 augustus a.s. (?) voor u niet mogelijk is. (…) Ik ga ervan uit dat u zich heeft vergist en dat 24 augustus a.s. dus gewoon kan blijven staan. (…)”
Kennelijk hebben de heren [persoon E][hof: advocaat van [appellant] ]
en [persoon C] overleg gehad en willen zich actief met het onderzoek gaan bemoeien. De opdracht, die aan [---] verstrekt wordt, is dat deze zelfstandig onderzoek moet doen en niet gestuurd dient te worden door partijen. [---] zal voorzien worden van de nodige informatie, waaronder uw onderzoeksrapporten. Het lijkt mij niet wenselijk dat partijen bij dit onderzoek aanwezig zijn om [---] “aanwijzingen” te geen. De aanwezigheid van [persoon C] , op verzoek van [persoon E] , zou de schijn van partijdigheid kunnen oproepen.”
- de gemeente heeft geen vloerdeel uit de WC weggehaald.
- [persoon C] zal niet aanwezig zijn bij het onderzoek op 25 augustus a.s. door [---] Raadgevende Ingenieurs. De gemeente heeft een toezichthoudende taak. Wanneer de rapportage van de controle beschikbaar is, ontvangen wij die graag alsmede de aanbevelingen van deze deskundige. (…)”
25 augustus a.s. (…) ben ik verhinderd wegens een zitting (…)
De door [appellant] gevorderde huurverlaging heeft de kantonrechter afgewezen. Daartoe oordeelde de kantonrechter samengevat onder meer het volgende. Naast huurprijsvermindering vanwege de vermindering van het huurgenot vordert [appellant] schadevergoeding (en hiermee is sprake van samenloop en overlap). Voor schadevergoeding ex artikel 7:208 BW Pro is toerekenbaarheid vereist. Als een gebrek reeds voldoende zou worden gecompenseerd door huurprijsvermindering, dan is in beginsel geen plaats voor schadevergoeding vanwege dezelfde beperking van het huurgenot. De vordering uit hoofde van de schadevergoeding is in dit geval vele malen hoger dan de gevorderde huurprijsvermindering.
3.De uitspraak
€ 320,63 per maand vanaf 25 februari 2020 tot en met augustus 2020, vermeerderd met wettelijke rente telkens vanaf de eerste dag van de maand waarover het bedrag verschuldigd is tot de dag van volledige betaling;