Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift (zaaknummer 200.316.121/01) tevens houdende verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening (zaaknummer 200.316.121/02) met het procesdossier van de eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 14 september 2022;
- het verweerschrift in incident, ingekomen ter griffie op 27 september 2022;
- het verweerschrift inclusief incidenteel hoger beroep met producties 18 en 19, ingekomen ter griffie op 7 november 2022;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep, ingekomen ter griffie op 21 november 2022;
- de ter zitting door mr. Barrahmun overgelegde spreekaantekeningen;
- het ter zitting door [de werknemer] overgelegde proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg.
3.De beoordeling
Ik vind de inspanningen van de werkgever voldoende, omdat de werkgever inzichtelijk en aannemelijk heeft gemaakt dat er ondanks arbeidsmogelijkheden van de werknemer er nog geen herplaatsingsmogelijkheden zijn in de organisatie. Dit blijkt uit de stage(s) die de heer [de werknemer] heeft gelopen (en nog steeds loopt) om zo zijn mogelijkheden binnen de organisatie te verkennen en uit spoor 2 dat ingezet is om hem eventueel te ondersteunen bij zijn zoektocht naar passend werk buiten zijn huidige werkgever.”
De rug- en handklachten leiden tot beperkingen in het functioneren op meerdere domeinen, o.a. ADL, HDL en arbeid (arbeidsongeschikt voor eigen functie). Er zijn psychosociale spanningen naar aanleiding van de gevolgen van het handletsel en er loopt een lestelschadezaak.
Het betreft een 60-jarige man met eenmalig contact met crisisidienst in 2012 vanwege dreiging met een TS nav een conflict, wordt nu opnieuw aangemeld met stemmingsklachten geluxeerd door een langlopend conflict met werkgever over een bedrijfsongeval in 2018 waarbij een scheurtje in handbot is ontstaan en patient 27% werd afgekeurd.
”
U heeft (welbewust) een zeer dreigende situatie voor de medewerkers en de bezoekers van
€ 189.468,81 bruto aan billijke vergoeding, € 21.720,80 bruto aan transitievergoeding,
€ 19.432,31 bruto wegens onregelmatige opzegging en € 6.696,29 bruto ten titel van eindafrekening met een verklaring voor recht dat [de werknemer] geen gefixeerde schadevergoeding verschuldigd is aan de gemeente [de werkgever] .