Appellanten vorderden vergoeding wegens vermeende tekortkoming van de aannemer die het perceel verkeerd zou hebben uitgemeten, waardoor hun perceel kleiner is dan overeengekomen en de garage van de buren deels op hun grond is gebouwd. De rechtbank wees de vorderingen af. In hoger beroep stelden appellanten opnieuw dat de aannemer onrechtmatig handelde en tekortschiet in de nakoming van de aannemingsovereenkomst.
Het hof stelde vast dat de situatietekening die bij de aannemingsovereenkomst hoorde ontbrak in het dossier van appellanten, maar wel door de aannemer was overgelegd en als productie werd erkend. Deze tekening vermeldde een perceeloppervlakte van 451,79 m2, terwijl in de koopovereenkomst 502 m2 stond. De aannemer had gebouwd conform deze tekening en appellanten betwistten dit niet.
Het hof oordeelde dat appellanten onvoldoende hadden onderbouwd dat de aannemer op grond van de koopovereenkomst een grotere perceeloppervlakte had moeten hanteren of dat de aannemer had moeten waarschuwen voor verschillen tussen de koop- en aannemingsovereenkomst. De waarschuwingsplicht van de aannemer strekte zich niet uit tot het controleren van de oppervlakte van de situatietekening ten opzichte van de koopovereenkomst.
Alle grieven faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Appellanten werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.