ECLI:NL:GHSHE:2023:926
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep van tussenvonnis wegens ontbreken tussentijdse toestemmingsbeslissing
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een tussenvonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het hof constateert dat het vonnis geen uitdrukkelijk dictum bevat dat een einde aan het geding maakt, waardoor het tussenvonnis is en tussentijds hoger beroep daarop in principe niet mogelijk is.
Appellant betoogt dat de rechtbank in de overwegingen wel een eindbeslissing heeft genomen, maar deze niet in het dictum heeft opgenomen, en verzoekt de zaak op de rol door te halen. Geïntimeerde stelt dat appellant erkent dat het tussenvonnis niet vatbaar is voor hoger beroep en vordert niet-ontvankelijkheid en proceskostenveroordeling.
Het hof oordeelt dat op grond van artikel 337 lid 2 Rv Pro tussentijds hoger beroep tegen een tussenvonnis niet is toegestaan, tenzij de rechter dit uitdrukkelijk heeft toegestaan. Nu geen zodanige beslissing is genomen, wordt appellant niet-ontvankelijk verklaard. Tevens veroordeelt het hof appellant in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op € 2.371,50.
Het arrest is gewezen door de rolraadsheer namens het hof en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2023.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.