Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Gemeente Maashorst,zetelend in Maashorst,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
1.[geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
3. [geïntimeerde 3] ,
4. [geïntimeerde 4] ,
5. [geïntimeerde 5] ,
6. [geïntimeerde 6] ,
7. [geïntimeerde 7] ,
8. [geïntimeerde 8] ,
9. [geïntimeerde 9] ,
10. [geïntimeerde 10] ,
11. [geïntimeerde 11] ,
12. [geïntimeerde 12] ,
13. [geïntimeerde 13] ,
14. [geïntimeerde 14] ,
15. [geïntimeerde 15] ,
16. [geïntimeerde 16] ,
17. [geïntimeerde 17] ,
18. [geïntimeerde 18] ,
19. [geïntimeerde 19] ,
20. [geïntimeerde 20] ,
21. [geïntimeerde 21] ,
22. [geïntimeerde 22] ,
23. [geïntimeerde 23] ,
24. [geïntimeerde 24] ,
25. [geïntimeerde 25] ,
26. [geïntimeerde 26] ,
27. [geïntimeerde 27] ,
28. [geïntimeerde 28] ,
29. [geïntimeerde 29] ,
30. [geïntimeerde 30] ,
31. [geïntimeerde 31] ,
32. [geïntimeerde 32] ,
33. [geïntimeerde 33] ,
34. [geïntimeerde 34] ,
35. [geïntimeerde 35] ,
36. [geïntimeerde 36] ,
37. [geïntimeerde 37] ,
38. [geïntimeerde 38] ,
39. [geïntimeerde 39] ,
40. [geïntimeerde 40] ,
41. [geïntimeerde 41] ,
42. [geïntimeerde 42] ,
43. [geïntimeerde 43] ,
44. [geïntimeerde 44] ,
45. [geïntimeerde 45] ,
46. [geïntimeerde 46] ,
7.Het verloop van de procedure
- de arresten van 18 en 22 december 2023, waarbij het hof heeft beslist in de incidenten en de zaak in de hoofdzaak heeft verwezen naar de rol voor het nemen van een memorie van antwoord aan de zijde van [geïntimeerden] ;
- de memorie van antwoord, met producties 1 tot en met 3;
- de bij H16-formulier van 20 maart 2024 door de gemeente c.s. toegezonden producties 1 tot en met 3;
- de mondelinge behandeling op 5 april 2024, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.
8.De verdere beoordeling
op het momentdat de asielzoekers worden opgevangen
tot het momentdat er een omgevingsvergunning is. Tegen het besluit van 4 juli 2023 stond geen bezwaar en beroep open, en tegen een gedoogbesluit – in de regel – ook niet. Pas tegen het verlenen van de omgevingsvergunning kan in een bestuursrechtelijke procedure worden opgekomen, maar volgens de aanpak van de gemeente zouden dan al asielzoekers in het hotel zijn gehuisvest.
aanvullenderechtsbescherming te bieden. Er staat dan een andere met voldoende waarborgen omklede rechtsgang open. Het bij het vonnis waarvan beroep gegeven verbod van de voorzieningenrechter strekt dan ook verder dan zijn bevoegdheid als ‘rest-rechter’ reikt. Dit betekent dat in zoverre het vonnis waarvan beroep voor vernietiging gereed ligt.
om te voorkomendat zonder omgevingsvergunning en zonder voorafgaande inspraak voor de omwonenden per 1 oktober 2023 het hotel in gebruik zou worden genomen voor de opvang van asielzoekers. Het moet aldus worden beschouwd als een verzoek tot (preventieve) handhaving. Dit is hoe de gemeente c.s. blijkens de memorie van grieven het verzoek tot handhaving van [geïntimeerden] ook opvatten (randnummer 2.34). Het is dus niet een verzoek om te handhaven wanneer het hotel al in gebruik genomen is voor de opvang van asielzoekers. Duidelijk is dat vóórdat dit zou gebeuren, [geïntimeerden] hun eventuele bezwaren tegen het besluit om asielzoekers in het hotel op te vangen in een bestuursrechtelijke procedure door de rechter wilden kunnen laten beoordelen. Voor zover dit niet letterlijk blijkt uit de bewoordingen van dat verzoek in de brief van 28 juli 2023, blijkt dat uit de overige inhoud van deze brief waarin onder het kopje “Feiten” de behoefte aan inspraak staat vermeld en onder het kopje “Omgeving cliënten” is ingegaan op het kunnen toetsen of onder meer de veiligheid in de besluitvorming is meegewogen. Verder blijkt ook uit de latere correspondentie tussen (de advocaat van) [geïntimeerden] en de gemeente (zie onder meer rov. 8.2.12 en 8.2.13) dat [geïntimeerden] hun bezwaar en handhavingsverzoek behandeld willen hebben en anders naar de kort geding rechter zullen stappen. Daarmee was voor de gemeente duidelijk, althans had het voor de gemeente duidelijk moeten zijn, dat [geïntimeerden] het besluit tot opvang van de asielzoekers wilden laten toetsen door de rechter voordat daartoe daadwerkelijk zou worden overgegaan.
Beslissing
jegens henonrechtmatig heeft gehandeld omdat zij op geen enkele manier bestuursrechtelijke rechtsbescherming hadden kunnen krijgen, laat dit onverlet dat de vordering van de geïntimeerden die – ook in de visie van de gemeente c.s. – belanghebbende zijn toewijsbaar was, zoals hierna zal blijken. In de overgelegde bestuursrechtelijke uitspraken worden verzoekers overigens ook aangeduid als ‘ [geïntimeerden] ’ en ‘ [geïntimeerde 1] e.a.’ zonder dat betekenis wordt gehecht aan de kwestie wie belanghebbende is. Het hof ziet aanleiding hierbij aan te sluiten.
aangehouden, omdat de opvang van de asielzoekers in het hotel niet op de geplande datum zou plaatsvinden. Toen opvang wel aanstaande was, was het te laat voor [geïntimeerden] om een bestuursrechtelijke procedure tegen het niet tijdig beslissen op hun verzoek tot handhaving te voeren.