Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.MyCIM B.V.,
DVV GoWest BVBA,
[appellant sub 3],
1.[geïntimeerde 1] ,
Nikkibo B.V.,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure in hoger beroep tussen MyCIM B.V. en DVV GoWest BVBA tegen [geïntimeerde 1], Nikkibo B.V. en [geïntimeerde sub 3] heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 19 december 2023 een arrest gewezen met een proceskostenveroordeling. MyCIM heeft bij e-mailbericht van 2 februari 2024 verzocht om herstel van de proceskostenveroordeling wegens een kennelijke fout in de toepassing van het tarief, waarbij volgens hen tarief V in plaats van tarief II had moeten worden toegepast.
Het hof wees dit verzoek aanvankelijk af omdat de omvang van het toegewezen bedrag volgens het hof rechtvaardigde dat tarief II werd toegepast. Na een nadere verzoek om toelichting en heroverweging op 5 maart 2024, waarbij partijen hun standpunten bevestigden, oordeelde het hof dat er wel sprake was van een kennelijke fout in de berekening van het toegekende bedrag aan salaris advocaat. In rov. 3.12.2 van het arrest was een bedrag van € 2.366 toegekend (3,5 punten x tarief II), terwijl dit € 4.140,50 had moeten zijn. Dit leidde tot een correctie van het eindbedrag van € 8.160,18 naar € 9.934,68.
Het hof verklaarde dat deze correcties eenvoudig hersteld konden worden en dat de omvang van het toegewezen bedrag de proceskostenveroordeling conform tarief II rechtvaardigde. Het verzoek om aanpassing van het aantal toegekende punten werd afgewezen omdat het hof dit redelijk achtte ondanks de richtlijn in het Liquidatietarief. Het arrest van 19 december 2023 werd op deze punten hersteld en de datum van het herstelarrest is 30 april 2024.
Uitkomst: Het gerechtshof heeft de proceskostenveroordeling gecorrigeerd door het toegekende bedrag aan salaris advocaat te verhogen wegens een kennelijke rekensomfout.