Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 10287805 / CV EXPL 23-218)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met één productie;
- het herstelexploot van 20 december 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter. Het hof verwijst naar het vonnis in eerste aanleg en behandelt het verloop van de procedure in hoger beroep.
Appellante heeft het griffierecht niet binnen de wettelijk gestelde termijn betaald, noch binnen de respijttermijn van het Landelijk procesreglement. Ondanks de mogelijkheid om zich nader uit te laten over de toepassing van de sanctie van ontslag van instantie, heeft appellante hiervan geen gebruik gemaakt en geen omstandigheden aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen.
Het hof constateert dat geen sprake is van onbillijkheid van overwegende aard die toepassing van de sanctie zou kunnen verhinderen. Daarom wordt appellante overeenkomstig artikel 127a lid 2 Rv ontslagen van de instantie. Vanwege het verstek van geïntimeerde is een proceskostenveroordeling niet aan de orde.
Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2024.
Uitkomst: Ontslag van instantie wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.