Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
zo begrijpt het hof het verweer) aangevoerd dat een gedraging door een individu door het bestanddeel ‘organisatie’ niet kan leiden tot de bewezenverklaring van de deelname daarvan. Tot slot is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juni 2020 (dossierpagina’s 3-4), voor zover als inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
het hof begrijpt: op 1 juni 2020) waren wij, verbalisant [verbalisant 2] en verbalisant BZO83401, belast met de dienst noodhulp Politie. (…) Omstreeks 15.30 uur kregen wij, verbalisanten, via het Operationeel Centrum van de politie-eenheid Oost Brabant het verzoek om te gaan naar de Vigliuslaan te Eindhoven. (…) Wij zagen op de weg twee motoren staan van het merk Harley Davidson. (…) Wij zagen dat de motoren voorzien waren van een kentekenplaat, respectievelijk met
het hof begrijpt: de verdachte) mede de president te zijn van de Bandidos chapter Nijmegen . (…) Wij zagen dat [verdachte] op de motor met het kenteken [kenteken 1] reed. Wij zagen dat er op
Een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (civiele kamer) d.d. 18 december 2018, die op 24 april 2020 onherroepelijk is geworden, voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 1 juni 2020 (dossierpagina’s 29-32), voor zover inhoudende als de verklaring van de verdachte:
Een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting in eerste aanleg d.d. 9 december 2022, voor zover inhoudende als de verklaring van de verdachte:
het hof begrijpt: Bandidos Forever 1% Forever Bandidos). Op zijn motor zat een sticker met daarop de tekst ‘ BANDIDOS 1% MC WORLDWIDE’ en het logo van Bandidos .
Stb.2021, 310 (wet van 23 juni 2021) en
Stb.2021, 346 (inwerkingtreding per 1 januari 2022). Een aparte bewezenverklaring van ‘deelneming’, wordt niet meer van belang geacht. Dat bestanddeel was volgens de memorie van toelichting verwarrend: voor de strafbaarheid op grond van dit artikel zou het vooral moeten gaan om de ‘voortzetting van de werkzaamheid’ van een verboden rechtspersoon, terwijl een aparte bewezenverklaring van het bestanddeel ‘deelneming’ daarvoor niet van belang zou zijn (
Kamerstukken II2019/20, 35366, 3, p. 26). Voor de beoordeling van de onderhavige strafzaak gaat het hof er daarom vanuit dat het begrip 'deelnemen' zoals tenlastegelegd op grond van artikel 140, tweede lid (oud) Sr, gelijk de feitelijke uitleg die daaraan in het eerste lid van artikel 140 Sr Pro wordt verleend, ziet op het hebben van een aandeel in, dan wel het ondersteunen van de voortzetting van de werkzaamheid van de verboden verklaarde en ontbonden rechtspersoon.
opmerking hof: de verwijzing betreft naar art. 15 (oud) Boek 2 BW, dat sinds 1992 is vernummerd naar art. 20 Boek Pro 2 BW) (
Kamerstukken II, 1984-1985, 17 476, nrs. 5-7, p. 9-10).
Kamerstukken II, 1984-1985, 17 476, nrs. 5-7, p. 3-4). Dit wordt bevestigd tijdens de behandeling van de reeds vermelde Wet tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter verruiming van de mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen (
Stb.2021, 310), welke per 1 januari 2022 heeft geleid tot aanpassing van onder andere artikel 140, tweede lid Sr. De wetgever stelt op dit punt hierover: 'De kern van artikel 140 lid 2 Sr Pro is dat de voortzetting van activiteiten van een ex artikel 2:20 BW Pro onherroepelijk verboden rechtspersoon strafbaar is. Die strafbaarheid staat los van de vraag welke activiteiten of welk doelen aanleiding zijn geweest voor de verbodenverklaring zelf. Dit uitgangspunt geldt ongeacht de vorm waarin de voortzetting plaatsvindt, of het directe dan wel indirecte karakter van de voortzetting. In die zin past een ruime uitleg bij het begrip ‘voortzetting van de werkzaamheid, bedoeld in artikel 140 lid 2 Sr Pro. Over de vraag op welke concrete wijzen de voortzetting zoal zijnn beslag kan krijgen, vermeldt artikel 140 lid 2 Sr Pro niets. Voortzettingsgedragingen kunnen zich in velerlei vorm voordoen. Het gaat daarbij om iedere gedraging die ten dienste staat aan het voortbestaan van de verboden organisatie.
Kamerstukken II2019/20, 35366, 3, p. 26. Zie ook
Kamerstukken II2019/20, 35366, 4, p. 9):
Stb.2021, 310) houdt onder meer het volgende in (
Kamerstukken II2019/20, 35366, nr. 4, p. 8-9):
NJ2022/275).
het hof begrijpt: Bandidos Forever 1% Forever Bandidos). Op zijn motor zat een sticker met daarop de tekst ‘ BANDIDOS 1% MC WORLDWIDE’ en het logo van Bandidos . De verdachte heeft zich daardoor naar het oordeel van het hof naar de uiterlijke verschijningsvorm
medegeprofileerd als zijnde lid van de verboden organisatie Bandidos Holland.
onderde naam BMC Holland .
contempt of court’. Met dergelijke gedragingen heeft de verdachte te kennen gegeven zich niets aan te trekken van de verbodenverklaring, hetgeen te meer de ‘outlaw-cultuur’ die zichtbaar wordt uitgedragen middels het 1%-logo tot uitdrukking brengt.
- 3 stickers met daarop het logo van de Bandidos ;
- Een vest, lederen rocker, met daarop (het logo van) Bandidos ;
- T-shirt met daarop (het logo van) Bandidos .
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis;