Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
9.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 21 mei 2024;
- de akte uitlaten voort procederen van de zijde van geïntimeerde op de rol van 11 juni 2024.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 20 augustus 2024 arrest gewezen in het hoger beroep van Coventry B.V. tegen geïntimeerde. Appellante werd op 19 maart 2024 failliet verklaard, waarna de curator de procedure niet wenste voort te zetten. Het hof oordeelde dat appellante niet-ontvankelijk is in het principaal hoger beroep omdat zij geen grieven heeft aangevoerd tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 29 december 2022.
Het hof heeft bovendien overwogen dat de schorsende werking van artikel 29 Faillissementswet Pro niet van toepassing is omdat het geding reeds in staat van wijzen was ten tijde van het faillissement. Geïntimeerde heeft aangegeven geen incidenteel appel in te stellen, waardoor het hof niet aan die vraag toekomt.
Ten slotte is appellante veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, bestaande uit griffierecht en salaris advocaat, die geïntimeerde kan indienen in het faillissement. Hiermee komt een einde aan de procedure in hoger beroep.
Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in het principaal hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.