In deze civiele zaak ging het om een geschil over de koop van een Pomeranian puppy die kort na aflevering ernstig ziek werd en uiteindelijk is ingeslapen. De koper stelde de verkoper aansprakelijk en liet de koopovereenkomst ontbinden. De kantonrechter veroordeelde de verkoper tot schadevergoeding en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
De verkoper vorderde in hoger beroep schorsing van de tenuitvoerlegging en zekerheidstelling vanwege het risico dat de koper het reeds betaalde bedrag niet kan terugbetalen. Het hof overwoog dat de uitvoerbaarverklaring niet gemotiveerd was, maar dat het uitgangspunt is dat een veroordeling uitvoerbaar is zonder zekerheidstelling.
Het hof oordeelde dat slechts één van de door de verkoper aangevoerde juridische misslagen als kennelijk onjuist kon worden beschouwd, maar dat dit niet voldoende was voor schorsing. Wel was er een reëel restitutierisico omdat de koper mogelijk niet kan terugbetalen. Daarom gelast het hof zekerheidstelling door storting van de maandelijkse betalingen op een derdenrekening.
De beslissing over proceskosten wordt aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak, waarvoor een mondelinge behandeling is gepland op 11 september 2024.