Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 18 april 2023 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling na aanbrengen van 23 juni 2023;
- de memorie van grieven met productie;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep en memorie van grieven in incidenteel appel;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel;
6.De beoordeling
€ 334.147,00, vermeerderd met rente en kosten.
[geïntimeerde] is daarmee tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. [appellante] heeft daarom de overeenkomst tussen partijen buitengerechtelijk ontbonden en vordert een schadevergoeding (gederfde omzet) van in totaal € 334.147,00 (€ 120,50 x 2.773 ton).
Voorwaardelijk, in geval de rechtbank in conventie oordeelt dat [geïntimeerde] is gehouden tot het vergoeden van enige schade van [appellante] , heeft zij wijziging van de overeenkomst gevorderd in die zin dat de totale hoeveelheid af te nemen substraat dient te worden verminderd met de hoeveelheid substraat die [geïntimeerde] te weinig heeft afgenomen, dan wel de overeenkomst voor dat gedeelte dat [geïntimeerde] te weinig heeft afgenomen, te ontbinden, dan wel subsidiair te bepalen dat [appellante] 50%, dan wel een ander door de rechtbank te bepalen percentage, van de door haar geleden schade zelf dient te dragen.
Tot slot heeft zij (proces-)kosten en wettelijke rente gevorderd.
De vorderingen die zijn gegrond op de gestelde tekortkomingen (i) dat [appellante] leverde vanuit [plaats 2] in plaats van [plaats] en (ii) dat zij niet volle vrachten leverde, zijn door de rechtbank afgewezen. Ook de door [geïntimeerde] voorwaardelijk ingestelde vorderingen zijn door de rechtbank afgewezen. In reconventie heeft de rechtbank [appellante] veroordeeld in de proceskosten.
- primair de overeenkomst te wijzigen door de totale hoeveelheid af te nemen substraat te verminderen met de hoeveelheid substraat die [geïntimeerde] te weinig heeft afgenomen, dan wel de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden voor de hoeveelheid substraat die [geïntimeerde] naar het oordeel van het hof te weinig heeft afgenomen;
- subsidiair te bepalen dat [appellante] 50%, dan wel een ander door het hof in goede justitie te bepalen percentage, van de door haar geleden schade zelf dient te dragen.
We will add this cancelled volume at the compensation list to be delivered after end of contract date
”.Dat hieraan een ingebrekestelling vooraf is gegaan waarin [geïntimeerde] wordt gemaand meer af te nemen, is echter niet gebleken. Compost is, zo begrijpt het hof bovendien, een natuurproduct. Mest wordt aangeleverd in wisselende hoeveelheden en met wisselende eigenschappen. De mest wordt bij [appellante] opgeslagen in tunnels en levert wekelijks wisselende hoeveelheden compost op. Ter zitting heeft [persoon A] verduidelijkt dat de rendementen wekelijks fluctueren. Als er compost over is, wordt dat afgezet bij bestaande klanten die daartoe worden opgebeld. Tekorten en overschotten worden ook verhandeld tussen de drie grote compostproducenten in Nederland en België. Als er werkelijk overschotten zijn dan gaat dit richting akkerbouw, aldus [persoon A] . Het gaat dan om zo’n 50 à 60 ton per week. Het hof stelt vast dat deze gang van zaken strookt met de lezing van [geïntimeerde] dat wekelijks via informeel (telefonisch) contact werd afgestemd hoeveel mest er werd afgenomen, hetgeen afhankelijk was van vraag en aanbod.
this cancelled volume”toevoegt aan
“the compensation list to be delivered after end of contract date”(rechtsoverweging 6.1.14). Van instemming met compensatie, zoals kennelijk door [appellante] is bedoeld, van de zijde van [geïntimeerde] / [persoon B] blijkt niet, terwijl hieruit evenmin blijkt dat een afspraak over de periode januari 2020 tot 1 september 2020 is gemaakt. Compensatie na 1 september 2020 valt ook niet te rijmen met de herhaalde mededeling van [geïntimeerde] dat zij vanaf 1 september 2020 stopt met de samenwerking en dat zij na 1 september 2020 niets meer heeft aan doorgroeide compost, omdat zij overgaat op het inkopen van vacuüm gekoelde substraat.
“we understand that we need tot take MT’s until after contract”aan [appellante] (rechtsoverweging 6.1.11) kan naar het oordeel van het hof evenmin de door [appellante] gestelde compensatieafspraak worden afgeleid. Niet alleen was de compensatieafspraak ook in de eigen visie van [appellante] toen nog niet gemaakt, ook de woordcombinatie
until afterkan niet eenduidig worden vertaald met de door [appellante] daaraan gegeven betekenis. [appellante] stelt dat er volgens nadere afspraak na 1 september 2020 gecompenseerd wordt, terwijl het woord
afterna
untildie uitleg niet zonder meer rechtvaardigt. Until after 1 september 2020 kan naar het oordeel van het hof evengoed betekenen dat de compensatie juist stopt per 1 september 2020.
Vaststaat dat [persoon C] de contactpersoon was die namens [geïntimeerde] bestellingen plaatste en afspraken maakte inzake planning en dat [persoon B] , als vertegenwoordigingsbevoegde, namens [geïntimeerde] overeenkomsten sloot. In de feiten en omstandigheden die [appellante] aandraagt zijn geen aanknopingspunten te vinden waaruit blijkt dat [persoon B] zelf op enig moment heeft ingestemd met een nadere afspraak over het compenseren van tonnen. Het beroep van [appellante] op de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid wordt derhalve verworpen. Van instemming door [geïntimeerde] met de gestelde nadere afspraak is niet gebleken.
until further noticezelfs bij letterlijke lezing geen definitief einde impliceert, had [appellante] ten minste bij [geïntimeerde] kunnen en moeten navragen of [geïntimeerde] zich vergiste door zonder uitleg aan te kondigen dat zij in week 35 niet meer zou afnemen. Daarbij komt dat vaststaat dat week 35 volgens de jaarkalender 2020 de week van 24-30 augustus 2020 betreft. Aldus noemde [geïntimeerde] wel de juiste data, maar koppelde zij daaraan ten onrechte weeknummer 34.
€ 274.489,00 bedraagt. [geïntimeerde] stelt dat zij bij gebreke van 150 ton compost in week 35 geen winst kon genereren. De rechtbank had de schade zelf kunnen begroten aan de hand van de door [geïntimeerde] in eerste aanleg overgelegde producties (CF 10 tot en met CF 13). Het gevorderde betreft gederfde winst: omzet minus kosten. [appellante] heeft betwist dat [geïntimeerde] schade heeft geleden en aangevoerd dat [geïntimeerde] niet heeft aangetoond dat haar productieproces op enigerlei wijze is gestagneerd.
“we hielpen elkaar altijd, zoals met Pasen en kerst als iemand anders veel nodig had dan hadden wij weer wat minder. Als de schepen niet op tijd waren dan hadden wij weer wat minder. Dat is hoe dat ging door de jaren. Dat ging continu op en neer. Ooit hadden we 63 ton per week en ook een keer 363 ton per week. Die schommelingen zijn daar en dat hebben we onderling afgesproken. Dat hebben we jaren lang met goed overleg gedaan.”
“Verder is er contractueel afgesproken dat er een basis is van “volle vrachten”, (…) ook hier heeft uw cliënt niet aan voldaan en zullen eerst verrekend moeten worden”. Het hof komt ten aanzien van dit onderdeel tot de slotsom dat in de hoeveelheid te leveren compost, mede gezien het feit dat het een natuurproduct betreft, tot de zomer van 2020, aan beide zijden de nodige flexibiliteit zat. [geïntimeerde] kan [appellante] achteraf niet tegenwerpen dat zij tegen de afspraak in niet-volle vrachten heeft geleverd.
€ 64.508,47 in de weken 31 tot en met 34 van 2020 minus voorschotbetaling [geïntimeerde] van € 60.000,00) is geen grief gericht en dit onderdeel is niet aan het oordeel van het hof onderworpen.
- Griffierecht € 4.200,-
- Salaris advocaat/gemachtigde
€ 178,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)