ECLI:NL:GHSHE:2024:435

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
13 februari 2024
Publicatiedatum
14 februari 2024
Zaaknummer
200.333.173_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-indienen memorie van grieven

In deze civiele procedure heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Limburg. Tijdens de procedure in hoger beroep werd verstek verleend tegen geïntimeerde, die zich later alsnog stelde. Appellante kreeg meerdere malen uitstel om de memorie van grieven in te dienen, met een laatste termijn op 9 januari 2024.

Appellante heeft echter op die datum geen memorie van grieven ingediend en ook geen uitstel gevraagd. Daarom heeft de rolraadsheer ambtshalve een akte niet-dienen verleend. Omdat appellante geen grieven heeft aangevoerd tegen het vonnis waarvan beroep, kan zij niet worden ontvangen in het hoger beroep.

Het hof verklaart appellante niet-ontvankelijk in het hoger beroep en veroordeelt haar in de kosten van het hoger beroep, bestaande uit griffierecht en salaris advocaat. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2024.

Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet indienen van de memorie van grieven en veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.333.173/01
arrest van 13 februari 2024
in de zaak van
[B.V.] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam,
op het bij exploot van dagvaarding van 8 september 2023 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 13 juli 2023, gewezen tussen appellante als eiseres en geïntimeerde als gedaagde.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9704550 EL 22-22)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • het tegen geïntimeerde verleende verstek;
  • het H2-formulier voor de rol van 28 november 2023 waarbij mr. J.B. Maliepaard het verstek heeft gezuiverd en zich voor geïntimeerde heeft gesteld;
  • de ambtshalve verleende akte niet-dienen voor de memorie van grieven op de rol van 9 januari 2024.
Het hof heeft een datum bepaald voor arrest.

3.De beoordeling

3.1.
Appellante heeft de zaak geïntroduceerd op de rol van 17 oktober 2023, op welke rol verstek is verleend tegen de niet verschenen geïntimeerde. Aan appellante is op 17 oktober 2023 een ambtshalve uitstel verleend voor het nemen van de memorie van grieven tot 28 november 2023 en daarna tot 9 januari 2024, ambtshalve peremptoir.
Omdat appellante op de rol van 9 januari 2024 vervolgens niet van grieven heeft gediend en daarvoor geen uitstel heeft gevraagd, heeft de rolraadsheer op die rol ambtshalve akte niet-dienen verleend.
3.2.
Nu appellante tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven heeft aangevoerd, kan zij in het hoger beroep niet worden ontvangen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal appellante worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

4.De uitspraak

Het hof:
verklaart appellante niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep;
veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van geïntimeerde begroot op € 343,-- aan griffierecht en op € 607,-- aan salaris advocaat (½ punt liquidatietarief II).
Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, E.H. Schulten en B.E.L.J.C. Verbunt en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 13 februari 2024.
griffier rolraadsheer