Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/374116 / HA ZA 21-622)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
- [persoon B] zijn voordeur met het jachtgeweer en een boksbeugel in zijn handen heeft geopend;
- [persoon B] zijn wapen richtte op [appellant] en [persoon A] ;
- tijdens de daaropvolgende worsteling het jachtgeweer is afgegaan,
- de gestelde feiten zich hebben afgespeeld tussen 19:12:18 en 19:14:46; een tijdsbestek van maximaal 2 minuten en 28 seconden,
- [appellant] en [persoon A] niet hebben kunnen schieten,
- [persoon B] heeft verklaard geschoten te hebben tegenover zijn vrouw, vriend, kind en een undercover agent.
[appellant]heeft verklaard (productie 14 bij memorie van grieven: proces-verbaal van verhoor van 6 juni 2018) dat [persoon B] een bedrag van zo’n € 50 á € 60 aan hem verschuldigd was en dat hij om deze reden op de bewuste dag naar [persoon B] is gegaan. Hij werd daarbij vergezeld door een persoon waarvan nadien is komen vast te staan dat dit zijn schoonvader, [persoon A] , was. [appellant] heeft verder aangegeven dat, toen zij voor de deur stonden, [persoon B] de deur opende met een jachtgeweer en een boksbeugel in zijn handen. Het jachtgeweer was gericht op hem en [persoon A] . [appellant] heeft geprobeerd het geweer af te pakken waarbij een worsteling ontstond. Tijdens de worsteling in de woning is het geweer afgegaan en is [appellant] in zijn arm geraakt. Vervolgens heeft [persoon A] het geweer van [persoon B] afgepakt en hem met het geweer geslagen. Daarna zijn [appellant] en [persoon A] weer in de auto gestapt en naar het huis van [appellant] gereden.
[persoon A]heeft verklaard (productie 8 bij memorie van grieven: proces-verbaal van verhoor van 7 juni 2018) dat [appellant] en hij bij [persoon B] langs zijn gegaan omdat [persoon B] nog geld aan [appellant] schuldig was, dat [persoon B] de deur opende terwijl hij een jachtgeweer in zijn handen had, dat [persoon A] hem wilde vastpakken en dat [persoon B] op dat moment meteen schoot. Dit was in de gang, aldus [persoon A] . Vervolgens heeft [persoon A] verklaard dat er een gevecht ontstond waarbij [persoon A] [persoon B] naar achteren heeft geduwd. [appellant] is aanvankelijk in de gang blijven staan, zo heeft [persoon A] verklaard. Later zag hij [appellant] ook in de woonkamer staan. Uiteindelijk is [persoon B] gaan liggen. [persoon A] dacht dat dit het gevolg was van een klap die [persoon A] [persoon B] had gegeven. Daarna zijn zij uit de woning kunnen komen, aldus [persoon A] .
[persoon B]heeft bij de politie verklaard (producties 10 en 11 bij memorie van grieven: processen-verbaal van verhoor van 5 en 6 juni 2018) dat hij kort voor het incident [persoon A] aan de telefoon kreeg die hem vertelde “dat ze eraan zouden komen”. Hij raakte in paniek, stuurde zijn vrouw en zoon het huis uit, en pakte het geweer en een boksbeugel. Het geweer maakte hij klaar voor gebruik en legde het op de tafel in de woonkamer. Toen ging de bel al. Hij opende de deur en werd meteen door [persoon A] in zijn gezicht geslagen en door [appellant] met een mes gestoken. [persoon A] pakte het geweer en sloeg [persoon B] daarmee op zijn rug. Op enig moment hadden [persoon A] en [persoon B] het geweer vast en toen ging het af. [persoon B] heeft aangegeven dat ofwel [persoon A] ofwel hijzelf de trekker heeft overgehaald of dat het is gekomen door het trekken aan het geweer, aldus zijn verklaring aan de politie op 19 juli 2018.
- griffierechten € 343,00
- salaris advocaat