Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Stichting [XX] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
ASR Schadeverzekering N.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze civiele zaak betreft een ongeval tijdens een gymles in 2018 waarbij een 11-jarige leerling, appellant, letsel opliep bij het uitvoeren van een hurk-wendsprong. Appellant stelt dat de gymleraar en diens werkgever aansprakelijk zijn wegens schending van de zorgplicht en onvoldoende toezicht.
De rechtbank wees de vorderingen af omdat geen zorgplichtschending werd vastgesteld. In hoger beroep wordt de aard van de sprong en de mate van toezicht betwist. Het hof concludeert dat de sprong een hurk-wendsprong was en dat de gymleraar een gekwalificeerde docent was die de leerlingen instructies gaf.
Het geschil spitst zich toe op twee verwijten: het niet voordoen van de sprong en het onvoldoende toezicht door de gymleraar die tijdens de risicovolle activiteit op een laptop werkte. Het hof acht het niet voordoen niet verwijtbaar, omdat de leerlingen bekend waren met de oefening en wisten dat een salto niet was toegestaan.
Over het toezicht is verdeeldheid tussen deskundigen. Het hof benoemt twee onafhankelijke deskundigen om te adviseren over de vereiste mate van toezicht en de aanvaardbaarheid van het gebruik van een laptop tijdens de gymles. De procedure wordt aangehouden totdat het deskundigenbericht is ontvangen.
Uitkomst: Het hof gelast een deskundigenbericht en houdt de procedure aan voor nadere beoordeling van de zorgplicht en het toezicht.