Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 10497909 CV EXPL 23-1797)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de mondelinge behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij brief van 25 september 2024 door St. Franciscus toegezonden producties, die zij bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
- de bij brief van 17 oktober 2024 door Leystromen toegezonden producties, die zij bij de mondelinge behandeling in hoger beroep bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
De feiten
Partijen zijn zich er van bewust dat de zorg voor adequate huisvesting en zorg- en dienstverlening een brede verantwoordelijkheid en inzet vraagt van beide partijen;
In verband met risicodekking in de exploitatieopzet en de continuïteit van zorgverlening, spreken partijen de wil uit om deze huurovereenkomst voor een langdurige periode aan te gaan;
(…)
Verhuurder zal huurder nadrukkelijk accepteren als eerstverantwoordelijke voor de integrale kwaliteit van de zorg- en dienstverlening in gelijke zin huurder verhuurder als eerstverantwoordelijke zal accepteren op het terrein van huisvesting en exploitatie van het gehuurde;
Partijen hebben in deze overeenkomst de afspraken vastgelegd teneinde te komen tot een adequate en toekomstbestendige facilitering van zorg in het gehuurde gedurende een lange reeks van jaren.”
destijdsde vergoeding werd berekend. Voor de beoordeling van het geschil is van belang dat partijen deze kale huurprijs zijn overeengekomen voor de gehele duur van de huurovereenkomst en daarbij hebben bepaald dat dit bedrag niet geïndexeerd zou worden. Tevens is opgenomen dat de aan huurder in rekening te brengen huur nooit meer zal bedragen dan de normhuur die het NZa aan huurder vergoed.
installaties, gebouwen en terreinen. Dit bedrag wordt door huurder aangevraagd bij de
geïndexeerdevergoeding voor onderhoudskosten;
volledigebedrag”, in afwijking van de hiervoor vermelde concepttekst, blijkt dat het hier geen vast bedrag betreft. Het hof volgt Leystromen daarin niet; in de voorgestelde tekst staat in lid 2 vermeld dat er geen afrekening plaatsvindt van de werkelijke onderhoudskosten. Dit laatste is in de overeenkomst niet opgenomen maar daarvoor in de plaats is opgenomen dat het bedrag van € 46.482,00 het volledige bedrag is dat voor het onderhoud wordt betaald, niets meer en niets minder. Met het “volledige bedrag voor onderhoud” wordt gedoeld op het bedrag dat destijds werd aangevraagd door de huurder (“dit bedrag”) en dat een bedrag omvatte van € 46.482,00 per jaar.
- explootkosten € 109,44
- griffierechten € 11.379,00
- salaris advocaat € 12.434,00 (2 punten x tarief VIII)
- nakosten