Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 10615572 CV EXPL 23-2830)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en eiswijziging;
- akte overlegging producties van de zijde van [appellante] , met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de mondelinge behandeling op 10 februari 2025, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij brief van 27 november 2024 door [appellante] aan het hof toegezonden productie 6 MvG, die zij bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
3.De beoordeling
9.Wat is verzekerd?
10.Wie verleent de rechtsbijstand?
13.Wanneer meldt een verzekerde een geschil?
15.Wat verwacht Achmea Rechtsbijstand van een verzekerde bij een geschil?
17.Wanneer kan Achmea Rechtsbijstand de verzekerde schadeloos stellen?
19.Extra kosten: hoe werkt het?
20.Welke extra kosten betaalt Achmea Rechtsbijstand?
21. Tot welk bedrag zijn de extra kosten verzekerd?
U gaf aan dat een belang van Achmea is niet tegen haar verzekerden te procederen. Daarop vertelde ik dat dit kan worden voorkomen door geen beroep te doen op een evident onjuiste uitspraak van Kifid (ter toelichting verwijs ik naar mijn publicatie in het advocatenblad en op onze website) en op correcte wijze uitvoering te geven aan het arrest van HvJ EU Vlaamse Balies. Verder kan Achmea dit bereiken door haar verzekerden zodanig bij te staan dat zij niet besluiten een externe advocaat te zoeken.(…)”.
Zoals eerder al met uw voorgangers bij Achmea besproken, gaat het extra budget over (buiten)gerechtelijke kosten in verband met het vorderen van een billijke vergoeding vanwege de reden van beëindiging, zwangerschap.(…)”.
Onverplicht vergoed SAR de kosten die uw advocaat heeft gemaakt in het geschil met uw werkgever
enrechtstreeks van belang is voor soortgelijke vorderingsrechten of zaken. Uit het woord “en” volgt dat sprake is van cumulatieve voorwaarden. Voor de overige vorderingen in deze procedure is de prejudiciële vraag niet van belang, zodat de kantonrechter niet tot het stellen daarvan zal overgaan (rechtsoverweging 3.13);
De verzekeraar stelt nog dat het HvJ met de woorden ‘elke fase’ in overweging 31 van het arrest van 14 mei 2020 overweegt dat elke fase van een procedure die kan leiden tot een rechterlijke component (een procedure bij een rechterlijke instantie) onder het begrip ‘gerechtelijke procedure’ valt. De commissie is van oordeel dat uit de wijze waarop de tweede zin van overweging 31 is geformuleerd niet kan worden opgemaakt dat de woorden ‘elke fase’ betrekking hebben op een bepaalde procedure. Dit betekent dat een verzekerde in geval van een beroep op de rechtsbijstandverzekering in elke fase die kan leiden tot een procedure bij een rechterlijke instantie een beroep op de vrije advocaatkeuze toekomt. Daarbij geldt wel als voorwaarde dat sprake moet zijn van een conflict, te definiëren als het bestaan van een belangentegenstelling. Dit betekent voor de zaak van de consument dat zij, ondanks dat de gemelde kwestie niet tot een procedure bij een gerechtelijke instantie heeft geleid, voor het conflict met(…)
recht had op gefinancierde rechtsbijstand door de door haar gewenste externe rechtshulpverlener.
Uit dit arrest Eschig volgt dat het recht op de vrije keuze van een rechtshulpverlener(…)
bij een rechtsbijstandverzekering geldt binnen de grenzen die richtlijn 87/344 heeft getrokken. Er is dus geen onbeperkt recht op vrije advocaatkeuze. Indien sprake is van een rechtsbijstandverzekering in de zin van art. 4 lid 1 van Pro richtlijn 87/344 is het recht op vrije advocaatkeuze beperkt tot gerechtelijke of administratieve procedures.
De oplossing van artikel 3, lid 2, sub c, van richtlijn 87/344 verleent de verzekerden immers ruimere rechten dan artikel 4, lid 1, sub a, van deze richtlijn. Zo voorziet deze laatste bepaling slechts in een recht om vrij zijn rechtshulpverlener te kiezen voor het geval dat een gerechtelijke of administratieve procedure wordt ingesteld. Volgens de oplossing van artikel 3, lid 2, sub c, van de richtlijn daarentegen mag de verzekerde de behartiging van zijn belangen toevertrouwen aan een rechtshulpverlener zodra hij uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst het recht heeft het optreden van de verzekeraar te eisen, dus ook voordat er sprake is van enige gerechtelijke of administratieve procedure.”
Overwegende dat met het oog op bescherming van verzekerden elk mogelijk belangenconflict tussen een voor rechtsbijstand verzekerde en zijn verzekeraar als gevolg van het feit dat deze hem heeft verzekerd voor één of meer andere, in de bijlage van Richtlijn 73/239/EEG vermelde, branches of dat hij een derde persoon heeft verzekerd, zoveel mogelijk moet worden voorkomen, en dat, als een dergelijk conflict zich voordoet, de oplossing ervan mogelijk moet worden gemaakt;
c) de onderneming neemt in de overeenkomst de bepaling op dat de verzekerde, zodra hij uit hoofde van de polis het recht heeft het optreden van de verzekeraar te eisen, de behartiging van zijn belangen mag toevertrouwen aan een advocaat van zijn keuze of, voor zover het nationale recht zulks toestaat, een ander gekwalificeerd persoon.”
1. In elke overeenkomst inzake rechtsbijstandverzekering wordt uitdrukkelijk bepaald dat:
a) indien een advocaat of andere persoon die volgens het nationaal recht gekwalificeerd is, wordt gevraagd de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen, de verzekerde vrij is om deze advocaat of andere persoon te kiezen;”.
Het begrip “gerechtelijke procedure” in de zin van artikel 201 van Pro richtlijn 2009/138 moet even ruim worden uitgelegd als het begrip “administratieve procedure”, aangezien het voorts incoherent zou zijn om deze twee begrippen verschillend uit te leggen wat betreft het recht om een advocaat of vertegenwoordiger te kiezen.”
31“
Hieruit volgt dat het begrip “gerechtelijke procedure” niet kan worden beperkt tot uitsluitend niet-administratieve procedures voor een gerecht in eigenlijke zin, en ook niet door een onderscheid te maken tussen de voorbereidende fase en de besluitfase van een dergelijke procedure. Elke fase die kan leiden tot een procedure bij een rechterlijke instantie, zelfs een voorafgaande fase, moet dus worden geacht onder het begrip “gerechtelijke procedure” in de zin van artikel 201 van Pro richtlijn 2009/138 te vallen.”
.