AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging weigering heffingskortingen voor niet-ingezetene met Nederlandse AOW en pensioen
Belanghebbende, een Nederlandse staatsburger woonachtig in Zwitserland, ontving in 2021 AOW- en pensioenuitkeringen uit Nederland waarop loonbelasting werd ingehouden zonder toepassing van de algemene heffingskorting en ouderenkorting. Hij maakte bezwaar tegen deze inhouding, dat ongegrond werd verklaard door de inspecteur en de rechtbank.
In hoger beroep bij het hof werd betoogd dat de rechtbank vooringenomen was en dat het niet toepassen van de heffingskortingen discriminerend was, omdat niet-ingezetenen zwaarder worden belast dan ingezetenen met vergelijkbare inkomsten. Het hof oordeelde dat geen sprake was van vooringenomenheid en dat de nationale regeling die heffingskortingen niet toepast op niet-ingezetenen terecht is, mede gezien het feit dat Zwitserland geen EU-lidstaat is.
Het hof stelde vast dat de algemene heffingskorting en ouderenkorting fiscale voordelen zijn die verband houden met de persoonlijke en gezinssituatie en dat het aan de woonstaat is om hiermee rekening te houden. Er is geen directe of indirecte discriminatie, omdat belanghebbende niet zijn gehele wereldinkomen in Nederland verdient en niet wordt vrijgesteld van belasting in Zwitserland. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende geen recht heeft op de heffingskortingen en geen schadevergoeding ontvangt.
Voetnoten
1.Artikel 8:69, lid 1, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
2.Artikel 8:69, lid 2, Awb.
3.Artikel 20, lid 1, Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB 1964).
4.Artikel 20, lid 4, Wet LB 1964 (tekst met ingang van 1 januari 2019).
5.Artikel 20, lid 3, Wet LB 1964 (tekst met ingang van 1 januari 2019).
6.HvJ EG 14 februari 1995, Schumacker, ECLI:EU:C:1995:31, punt 26 en HvJ EG 27 juni 1996, Asscher, ECLI:EU:C:1996:251, punten 36 en 38.
7.HvJ EG 27 juni 1996, Asscher, ECLI:EU:C:1996:25, punten 29-31.
8.HvJ EG 27 juni 1996, Asscher, ECLI:EU:C:1996:251, punt 43.
9.HvJ EU 10 mei 2012, Commissie/Estland, ECLI:EU:C:2012:282.
10.HvJ EG 27 juni 1996, Asscher, ECLI:EU:C:1996:251, punt 49.
11.HvJ EG 27 juni 1996, Asscher, ECLI:EU:C:1996:25.
12.HvJ EG 27 juni 1996, Asscher, ECLI:EU:C:1996:25, punt 42.
13.Hoge Raad 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1221, overweging 2.5.1. voor de algemene heffingskorting. 15.Kamerstukken II 1998/99, 26 727, nr. 3, blz. 21, door belanghebbende ter zitting overgelegd bij zijn pleitnota.
17.Artikel 22b Wet LB 1964.