Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 10697226 CV EXPL 23-3893)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met één productie;
- de memorie van grieven met producties 1 en 2;
- de memorie van antwoord met productie 12;
- de akte van [appellant] ;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] .
3.De beoordeling
- a. [appellant] is met ingang van 11 oktober 2011 samen met zijn toenmalige partner [persoon A] de woning aan [adres woning] te [woonplaats] gaan huren van de moeder van [geïntimeerde] . De moeder van [geïntimeerde] is in 2015 overleden. [geïntimeerde] heeft vervolgens de eigendom van de woning en de hoedanigheid van verhuurder van de woning verkregen.
- b. Aanvankelijk hebben [appellant] en [persoon A] met hun twee kinderen in het gehuurde gewoond. Nadien is de relatie tussen [appellant] en [persoon A] verbroken. De huurovereenkomst is toen ten aanzien van [persoon A] beëindigd, waarna [appellant] enig huurder is gebleven van de woning.
- c. In de huurovereenkomst staat onder meer het volgende:
- e. [appellant] verblijft sinds een onbekende datum, maar in ieder geval vanaf september 2022, tot op heden in detentie. Hij is gegijzeld in verband met een ontnemingsvordering. Het is onzeker wanneer deze gijzeling zal eindigen.
- f. De inmiddels meerjarige zoon van [appellant] is in elk geval met ingang van september 2022 in het gehuurde gaan wonen.
- g. Bij brief van 12 december 2022 heeft [geïntimeerde] een [appellant] onder meer meegedeeld:
- h. [appellant] heeft aan [geïntimeerde] laten weten niet akkoord te gaan met een beëindiging van de huurovereenkomst. Partijen hebben daar vervolgens nog verder over gecorrespondeerd.
- i. Bij brief van 28 augustus 2023 heeft [appellant] aan [geïntimeerde] onder meer meegedeeld dat justitie berekend heeft dat hij in de periode 2000-2004 met softdrugs een bedrag verdiend zou hebben van € 2.655.000,- en dat er binnen 12 tot 14 weken weer op de verlenging van de gijzeling zal worden beslist. In die brief is voorts meegedeeld dat de huur betaald zal blijven worden en dat het gehuurde door de zoon zal worden onderhouden.
- j. Op 5 september 2023 heeft de politie een inval gedaan in het gehuurde, en daarbij de zoon van [appellant] aangehouden. De zoon verblijft sindsdien in voorlopige hechtenis.
- k. Bij brief van 5 september 2023 heeft de advocaat van [geïntimeerde] aan [appellant] onder meer meegedeeld, dat [geïntimeerde] het onacceptabel vindt dat [appellant] de huurwoning voor onbepaalde duur heeft verlaten, deze niet zelf daadwerkelijk bewoont én de woning aan derde(n) onderverhuurt dan wel in gebruik heeft gegeven. In de brief is [appellant] verzocht om in te stemmen met een beëindiging van de huurovereenkomst en aangekondigd dat anders in kort geding ontruiming van de woning zal worden gevorderd.
- l. De huur wordt structureel na de eerste van de maand overgemaakt.
- het gehuurde niet zelf te bewonen;
- het gehuurde zonder toestemming van [geïntimeerde] onder te verhuren of in gebruik te geven aan zijn zoon;
- de huur structureel te laat te betalen;
- overlast te (laten) veroorzaken door een hond;
- verboden strafrechtelijke en gevaarlijke activiteiten (de opslag van flessen lachgas) van de zoon van [geïntimeerde] , die aan [geïntimeerde] kunnen worden toegerekend.
- [geïntimeerde] heeft, uitgaande van zijn stellingen, een spoedeisend belang bij beoordeling van zijn vordering tot ontruiming in kort geding (rov. 4.2).
- Als vaststaand wordt aangenomen dat zich door toedoen van de zoon van [appellant] (meerdere, ook niet lege) flessen met lachgas in het gehuurde bevonden. De opslag van meerdere flessen lachgas levert een (brand)gevaar zettende situatie op en kan ook anderszins overlast (uit criminele kringen) met zich meebrengen, terwijl ook gehandeld is in strijd met artikel 10 van Pro de algemene bepalingen. Voldoende aannemelijk is dat hoe dan ook strafbare feiten zijn gepleegd, die (mogelijke) gevolgen hebben voor het gehuurde en/of de omgeving van het gehuurde (rov. 4.3).
- [appellant] heeft ten onrechte nagelaten om te voorkomen dat de woning door de zoon werd gebruikt voor zaken die met criminaliteit samenhangen en die de nodige risico’s in het leven roepen (rov. 4.3.2).
- [appellant] is langdurig tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting om het gehuurde zelf te bewonen (rov. 4.4).
- [appellant] is langdurig tekortgeschoten in zijn verplichting om de huur tijdig te betalen (rov. 4.5).
- De door [geïntimeerde] gestelde overlast door geblaf van de hond van [appellant] is onvoldoende onderbouwd, zodat daar in het kader van dit kort geding aan voorbij moet worden gegaan (rov. 4.6).
- Het is aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst vanwege de tekortkomingen van [appellant] zal worden ontbonden. Van [geïntimeerde] kan niet worden gevergd dat hij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. De vordering tot ontruiming zal daarom worden toegewezen (rov. 4.7).
- [appellant] moet als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld (rov. 4.11).
- [appellant] veroordeeld om het gehuurde binnen 30 dagen na betekening van het vonnis te ontruimen;
- [appellant] in de proceskosten veroordeeld, vermeerderd met wettelijke rente;
- Het meer of anders gevorderde afgewezen.
- Griffierechten € 343,--
- Salaris advocaat € 1.821,-- (1,5 punt x tarief II)
- Nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de