Appellant kocht een tweedehands Audi Q5 van geïntimeerde met de afspraak dat het bouwjaar 2014 was en de eerste internationale toelating op 28 februari 2014. Na aflevering bleek het bouwjaar en de eerste toelating in werkelijkheid 2013 te zijn, wat appellant als non-conformiteit aanvoerde.
Daarnaast stelde appellant dat kort na aankoop het EPC-lampje ging branden, wat een storing aanduidt. Deze storing werd door een derde bedrijf verholpen, maar appellant stelde dat het probleem kort daarna terugkeerde.
De kantonrechter wees de vorderingen van appellant af, waarna appellant in hoger beroep vernietiging van die vonnissen en ontbinding van de koopovereenkomst vorderde. Het hof oordeelde dat appellant terecht stelde dat de auto niet aan de overeenkomst voldeed vanwege het afwijkende bouwjaar en datum eerste toelating, maar dat deze afwijkingen te gering van betekenis waren om ontbinding te rechtvaardigen, mede gelet op het deskundigenrapport dat de auto in zeer goede staat en de prijs scherp was.
Ten aanzien van de EPC-storing stelde het hof vast dat onvoldoende concreet was onderbouwd dat de storing kort na het herstel opnieuw is opgetreden. Daarom kon ook deze grondslag voor ontbinding niet worden toegewezen.
Het hof bekrachtigde de bestreden vonnissen en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.