Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant sub 1] ,wonende te [woonplaats] , [gemeente A] ,
[appellante sub 2] ,wonende te [woonplaats] , [gemeente A] ,
1.[geïntimeerde sub 1] ,wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente A] ,
[geïntimeerde sub 2] ,wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente A] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/287107 / HA ZA 21-18)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
€ 100.000,00, althans een door de rechtbank te bepalen dwangsom c.q. maximum;
primair:
- dat de woning en de bedrijfsloodsen door [appellant] aan [geïntimeerde sub 1] zijn verkocht voor
- dat de bedrijfsloodsen uiterlijk in december 2016 door [appellant] aan [geïntimeerde sub 1] zouden
onder 3.6.) nakosten.
€ 340,160,04, althans een bedrag dat uw hof in goede justitie vermeent te bepalen, alsmede de extra kosten waarmee eisers geconfronteerd worden doordat gedaagden de overeenkomst tussen partijen niet zijn nagekomen, ad € 77.000,00, althans een bedrag dat uw hof in goede justitie vermeent te bepalen.
€ 200.000,00 in rechte is komen vast te staan.
alles even wilden laten rusten. Er waren familieproblemen”. [persoon C] bericht de notaris vervolgens om nog even te wachten met het passeren van de akte. Uit een en ander blijkt met een voldoende mate van zekerheid dat [appellant] (aanvankelijk) had ingestemd met de wijze waarop de mondelinge overeenkomst zou worden uitgevoerd en hij wist dat [persoon C] bezig was om de uitvoering tot stand te brengen. [appellant] heeft aan zijn gedragingen geen andere duiding gegeven.
- griffierechten € 2.053,00
- Salaris advocaat € 3.035,00 (2,5 punten x tarief II)
- Nakosten