Belanghebbende kocht de blote eigendom van de grond waarop zijn eigen woning stond, die op erfpachtgrond stond. Vervolgens verkocht hij de volle eigendom van grond en woning aan derden. In geschil was of een deel van het bedrag dat bij aankoop van de blote eigendom is betaald, namelijk € 12.467,39, aftrekbaar is als rente op een eigenwoningschuld of als betaling voor erfpacht.
De inspecteur stelde dat het volledige bedrag van € 57.404,80 dat aan de Stichting werd betaald, de koopsom voor de blote eigendom van de grond betrof. Belanghebbende voerde aan dat een deel van dit bedrag als hypotheekrente moest worden aangemerkt. Het hof oordeelde dat belanghebbende dit niet aannemelijk had gemaakt. De leningsovereenkomst bevatte geen verwijzing naar dit bedrag, en bij aflossing was geen dergelijk rentebedrag betaald. Ook was het niet aannemelijk dat het bedrag een erfpachtcanon betrof.
Het hof concludeerde dat het volledige bedrag de koopsom van de blote eigendom betrof en dat het bedrag van € 12.467,39 niet aftrekbaar is als kosten eigen woning. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.