Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij op of omstreeks 28 april 2023 te Oisterwijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, met een vuurwapen meermalen, althans eenmaal, in de richting van/op die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 28 april 2023 te Oisterwijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een vuurwapen eenmaal in de richting van die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 april 2023 (dossierpagina’s 475 tot en met 477), met fotobijlage (dossierpagina 478), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring, betreffende het slachtoffer [slachtoffer] d.d. 9 mei 2023 (dossierpagina 215), voor zover inhoudende als verklaring van [naam] , trauma chirurg:
Beschrijving van het letsel:
Het proces-verbaal van verhoor getuige [verdachte] d.d. 6 maart 2024 (los gevoegd), met aangehechte bijlage, welke hierna is weergegeven:
nietin de richting van het slachtoffer, maar – en, gelet op de wijze waarop de verdachte dat ter zitting heeft uitgebeeld, welhaast 90 graden naar beneden – naast hem, richting de grond heeft geschoten. Daartoe overweegt het hof dat de verdachte deze andersluidende verklaring eerst pas ter zitting in hoger beroep heeft afgelegd, hetgeen de betrouwbaarheid van die verklaring niet ten goede komt, alsmede dat deze verklaring geen steun vindt in het dossier. Daartoe overweegt het hof dat – anders dan de raadsman bij pleidooi heeft aangevoerd – naar het oordeel van het hof is komen vast te staan dat het letsel aan de duim van het slachtoffer wel degelijk is veroorzaakt door een schotwond. Uit de medische verklaring volgt immers dat sprake was van een zogeheten ‘intree en uittree’ wond, hetgeen passend is bij een schotverwonding. Naast een of meer mogelijke testschot(en) van het slachtoffer in een stuk hout, volgt uit de bewijsmiddelen en het dossier dat er slechts eenmaal is geschoten en dat was door de verdachte. Om die reden gaat het hof er dan ook van uit dat het letsel is veroorzaakt door de door de verdachte afgevuurde kogel. De omstandigheid dat de kogel het slachtoffer daarbij in diens duim heeft geraakt is passend bij verdachtes aanvankelijke verklaring dat hij in de richting van het slachtoffer heeft geschoten. De latere verklaring van de verdachte dat hij naast hem op de grond heeft geschoten vindt daarentegen geen steun in het dossier. De politie heeft de loods immers forensisch onderzocht en daaruit is niet van aanwijzingen gebleken dat de verdachte naast hem op de grond heeft geschoten en dat sprake is geweest van een afgeketste (ricochet) kogel. Evenmin is van een andere oorzaak van het letsel bij het slachtoffer gebleken. Dat het letsel mogelijk door het slachtoffer zelf zou zijn veroorzaakt bij het testschieten, welke mogelijkheid door de raadsman is geopperd, acht het hof, gelet het vorenoverwogene, niet aannemelijk. Zulks niet in de laatste plaats omdat dit door geen van de betrokkenen is verklaard. Ten slotte heeft het hof in dezen nog betrokken dat het hof het naar beneden op de grond schieten door de verdachte niet logisch en passend acht bij de door verdachte geschetste beweerdelijke toedracht van het schietincident. Concluderend, acht het hof verdachtes laatste verklaring ongeloofwaardig en gaat daaraan voorbij.
poging tot zware mishandeling.
- € 130,- voor bebloede en weggegooide kledingstukken (trui en broek);
- € 4.047,14 misgelopen salaris, en
- € 5.300,- smartengeld.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
€ 750,00 (zegge: zevenhonderdvijftig)als vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 april 2023, tot aan de dag der algehele voldoening;
6 (zes) maanden.