Uitspraak
GERECHTSHOF ’ s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
- over het jaar 2013 de navorderingsaanslag Zvw verlaagd tot een navorderingsaanslag berekend naar een bijdrage-inkomen van € 32.451 en belastingrente van € 307;
- over het jaar 2015 de navorderingsaanslag Zvw verlaagd tot een navorderingsaanslag berekend naar een bijdrage-inkomen van € 33.069 en belastingrente van € 140.
2.Feiten
(…)
De stacaravan en de hierin aanwezige inboedel als totaal verloren worden beschouwd;
Bij het begroten van de opstalschade is overeenkomstig de polisvoorwaarden uitgegaan van de dagwaarde van de caravan;
(…)
Bij het begroten van de inboedel schade is uitgegaan van de waarderingen conform de bepalingen van de nieuwwaarderegeling;
[Mevrouw] op 12 juli 2013 voor 8 dagen alleen (….) op vakantie geweest (…). Het factuurbedrag ad.€ 1.522,20is op 8 juli 2013 contant betaald;
[belanghebbenden] op 23 oktober 2015 voor 8 dagen (…) op vakantie zijn geweest (…). Het factuurbedrag ad.€ 2.107,00is contant betaald.
3.Geschil en conclusies van partijen
- i) Of het feit dat belanghebbende niet (ter zake van witwassen) strafrechtelijk is vervolgd ertoe leidt dat de inspecteur niet kan navorderen over de jaren 2013 tot en met 2015?
- ii) Of de navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw tot de juiste bedragen zijn opgelegd? Hierbij spitst het geschil zich toe op de volgende (deel)vragen:
- Heeft de inspecteur ten onrechte geen rekening gehouden met het feit dat belanghebbende en zijn echtgenote in de periode 2013 tot en met 2015 beschikten over goud en antiek dat is verkocht?
- Kunnen de verbouwingskosten in aanmerking genomen worden aangezien deze nooit door middel van facturen zijn onderbouwd?
- Moeten de ROW-correcties voor 50% in aanmerking genomen worden?
- iii) Of de vergrijpboeten terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd?
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het principale hoger beroep in de zaken met zaaknummers 22/1829, 22/1830 en 22/1831 gegrond;
- verklaart het principale hoger beroep in de zaken met zaaknummers 22/1832, 22/1833 en 22/1834 ongegrond;
- verklaart het incidentele hoger beroep ongegrond;
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, maar alleen voor de beslissing over de boetebeschikkingen en de proceskostenvergoeding;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige;
- verklaart de beroepen in de zaken met zaaknummers BRE 19/6604, 19/6606 en 19/6608 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar, maar alleen voor zover deze zien op de boetebeschikkingen;
- vernietigt de boetebeschikkingen;
- bepaalt dat de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de behandeling van het hoger beroep bij het hof van € 136 vergoedt;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van het geding bij de rechtbank en het hof van, in totaal, € 2.267,50.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).