Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2026:1260

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
20-002483-25
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994Art. 9 lid 7 Wegenverkeerswet 1994Art. 164 Wegenverkeerswet 1994Art. 279 SvArt. 359 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken rechtsgeldige bekendmaking ongeldigverklaring rijbewijs

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs en het rijden terwijl het rijbewijs was ingevorderd. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte integraal vrijgesproken.

Het hof oordeelde dat uit het procesdossier niet blijkt dat het besluit van het CBR tot ongeldigverklaring van het rijbewijs rechtsgeldig aan de verdachte is bekendgemaakt. De vereiste bewijsstukken over de verzending en ontvangst van de mededeling ontbreken, waardoor het besluit niet van kracht is geworden. Daarnaast kon het hof niet vaststellen dat het rijbewijs op de tenlastegelegde datum was ingevorderd, omdat de enkele aantekening van vordering onvoldoende bewijs vormt.

De advocaat-generaal had gevorderd tot bevestiging van de veroordeling, maar het hof volgde het verweer van de verdediging dat de verdachte niet wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De vrijspraak betreft alle tenlastegelegde feiten in de drie zaken, waaronder rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs en rijden terwijl het rijbewijs was ingevorderd.

Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch en op 12 mei 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van rechtsgeldige bekendmaking van de ongeldigverklaring en onvoldoende bewijs van invordering rijbewijs.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002483-25
Uitspraak : 12 mei 2026
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 24 september 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 96-358242-24, 96-076573-24 en 96-324295-24, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van telkens ‘overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 1, parketnummer 96-358242-24, parketnummer 96-076573-24 en parketnummer 96-324295-24) en ter zake van ‘overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 2, parketnummer 96-358242-24) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen nu het hof alleen beschikt over een aantekening van het mondeling vonnis van de politierechter, en opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd in de zaken met parketnummers 96-358242-24, 96-076573-24 en 96-324295-24 – met dien verstande dat de feiten in de zaak met parketnummer 96-358242-24 in eendaadse samenloop zijn begaan – en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 96-358242-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde integrale vrijspraak bepleit. Ten aanzien van het in de zaken met parketnummers 96-076573-24 en 96-324295-24 tenlastegelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voorts is namens de verdachte een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van Pro het Wetboek van Strafvordering en voorts het vonnis niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 96-358242-24:1.hij op of omstreeks 11 januari 2024 te Maastricht terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [locatie 1] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

2.
hij op of omstreeks 11 januari 2024 te Maastricht als degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de [locatie 1] , een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen;

Zaak met parketnummer 96-076573-24:hij op of omstreeks 16 januari 2024 te Maastricht terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [locatie 2] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

Zaak met parketnummer 96-324295-24:hij op of omstreeks 23 januari 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [locatie 3] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Integrale vrijspraak
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte op 11, 16 en 23 januari 2024 een auto heeft bestuurd terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard nu hem dat op 19 november 2022 door verbalisanten was meegedeeld en voorts dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte op 11 januari 2024 een auto heeft bestuurd terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd.
Namens de verdachte is bepleit dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 96-358242-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde. Daartoe is aangevoerd dat op grond van het procesdossier niet kan worden vastgesteld dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs aan de verdachte is betekend op een wijze dat dat besluit hem heeft bereikt. De verdachte wist dan ook niet dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Voorts is aangevoerd dat het procesdossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat de verdachte een auto heeft bestuurd terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. De raadsvrouw heeft zich wat het in de zaken met parketnummers 96-076573-24 en 96-324295-24 tenlastegelegde betreft gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Het hof overweegt als volgt.
Parketnummer 96-358242-24 feit 1, parketnummer 96-076573-24 en parketnummer 96-324295-24: Rijden terwijl het rijbewijs ongeldig was verklaard
De Hoge Raad heeft in het arrest van 9 juli 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1146) – onder andere herhaald in het arrest van 3 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:826) – met betrekking tot artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, onder meer het navolgende overwogen:
“2.4.2. Om tot een bewezenverklaring van een op art. 9, tweede lid, eerste volzin WVW 1994 toegesneden tenlastelegging te kunnen komen, zal uit de bewijsvoering allereerst moeten blijken dat het rijbewijs van de verdachte ongeldig is verklaard, het desbetreffende besluit is bekend gemaakt aan de verdachte en van kracht was doordat zeven dagen zijn verlopen na die bekendmaking (vgl. art. 3:40 en Pro 3:41 Awb respectievelijk art. 124, derde lid, en 132, vierde lid, WVW 1994). Dat aan dit vereiste is voldaan, kan bijvoorbeeld blijken uit een mededeling van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) aan de houder van het rijbewijs, waarin het besluit is weergegeven, alsmede een aantekening waaruit blijkt dat, wanneer en op welke wijze verzending van die mededeling aan de houder van het rijbewijs heeft plaatsgevonden.”
Het hof is, met de verdediging, van oordeel dat uit het procesdossier niet blijkt dat het besluit d.d. 1 oktober 2021, waarin het CBR het rijbewijs van de verdachte ongeldig heeft verklaard met ingang van 8 oktober 2021, rechtsgeldig aan de verdachte is bekendgemaakt. De aantekening waaruit blijkt dat, wanneer en hoe de verzending van de mededeling heeft plaatsgevonden, zoals genoemd in bovengenoemde jurisprudentie van de Hoge Raad, ontbreekt in het dossier. De mededeling van het CBR aan het CVOM inhoudende: ‘De bekendmaking van de ongeldigverklaring is onaangetekend / aangetekend verstuurd op 01-10-2021.’ acht het hof in dat verband onvoldoende nu enig bewijsstuk daarvan ontbreekt. Het hof komt dan ook tot het oordeel dat uit het dossier niet blijkt dat het desbetreffende besluit waarbij het rijbewijs ongeldig is verklaard aan de verdachte bekend is gemaakt, zodat het ervoor moet worden gehouden dat het besluit niet van kracht is geworden.
Derhalve zal het hof de verdachte vrijspreken van het in de zaak met parketnummer 96-358242-24 onder feit 1 tenlastegelegde en van het in de zaken met parketnummers 96-076573-24 en 96-324295-24 tenlastegelegde.
Parketnummer 96-358242-24, feit 2: Rijden terwijl het rijbewijs was ingevorderd
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 96-358242-24 onder feit 2 tenlastegelegde kan het hof uit het procesdossier niet afleiden dat het rijbewijs van de verdachte op de tenlastegelegde datum was ingevorderd. De enkele aanwezigheid van een uitdraai van Blue View waarin is aangetekend dat op 20 december 2021 van de verdachte de overgifte van zijn rijbewijs is gevorderd (ex artikel 164) acht het hof onvoldoende om het met parketnummer 96-358242-24 onder 2 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen te verklaren, kort gezegd inhoudende dat de verdachte op 11 januari 2024 een auto heeft bestuurd terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd.
Derhalve zal het hof de verdachte vrijspreken van het in de zaak met parketnummer 96-358242-24 onder feit 2 tenlastegelegde.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 96-358242-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde, het in de zaak met parketnummer 96-076573-24 tenlastegelegde en het in de zaak met parketnummer 96-324295-24 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door:
mr. A.C. Bosch, voorzitter,
mr. M.C.C. van de Schepop en mr. C.M.A. Ellens - Veenhof, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.A.C.G. Heijse en mr. C.J.G. Streutjes, griffiers,
en op 12 mei 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. C.M.A. Ellens-Veenhof is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.