Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 22 december 2023 (p. 21-26) met bijlage (p. 27-40), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 2] :
het hof begrijpt hier en hierna: de verdachte) aan niet meer met haar te willen afspreken. [verdachte] bleef echter contact zoeken, want ze hoopte dat ik van gedachte zou veranderen. Haar bewoordingen via de app werden feller en ik gaf haar in duidelijke bewoordingen aan dat ik hier niet op zit te wachten. Direct heb ik haar in WhatsApp en andere sociale media-kanalen wederom geblokkeerd. Daarna wachtte ze mij op bij mijn woning. Ze spreekt mij dan aan. Ik ben aan blijven geven dat er verder voor mij niks in zit.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juni 2024 (p. 46-47), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] :
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 28 januari 2024 (p. 91-102), voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte] .
Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 18 maart 2025, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep d.d. 13 mei 2026, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
belaging.
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
€ 603,67 (zeshonderddrie euro en zevenenzestig cent) bestaande uit
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
€ 2.331,86 (tweeduizend driehonderdeenendertig euro en zesentachtig cent) bestaande uit € 1.331,86 (duizend driehonderdeenendertig euro en zesentachtig cent) als vergoeding van materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) als vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente